Glossarium

A B C D E F G H I J K L M N O P R S T U V W Y Z

Agnosticus: Iemand die niet weet, of denkt dat het onmogelijk is te weten, dat er een God is. (F.A.S.)
A-millennialisme: Amillennialisten interpreteren Christus’ duizendjarige rijk (millennium) in een geestelijke betekenis. Zij geloven wel in de Tweede Komst, maar verwerpen het idee van een letterlijke duizendjarige regering op aarde.
Animisme: (Van Latijn animus: geest) Het is een natuurgodsdienst waarbij geesten- en voorouderverering het belangrijkst zijn. Een animist gelooft in het bestaan van goede en kwade geesten, die kunnen huizen in onder meer bomen, dieren en gebruiksvoorwerpen. De geesten moeten goed gestemd worden gehouden door hun offers te brengen, het houden van rituelen, rituele dansen en het houden van taboeregels. Animisme doordrenkt het hele leven van de aanhangers ervan.
Annihilationisme: De leer dat de zondaar wordt afgesneden van elk bewust leven na de dood (vernietigd), en dat er dus geen eeuwige straftoestand is voor de goddelozen. Dit wordt o.a. geleerd door de Jehovah-getuigen (Wachttorengenootschap).
Antagonist: Iemand die een tegenovergesteld standpunt inneemt, syn. Tegenstander, tegenwerker; tegenspeler van de protagonist in de klassieke tragedie. (Van Dale)
Antropologie: De wetenschap die zich met de mens bezighoudt, met de relatie van de mens tot zichzelf en met zijn medemens, zoals de psychologie en de sociologie dit doen. (F.A.S.)
Anti-filosofie: Vele vormen van de moderne filosofie, waarin de hoop is opgegeven om een rationele eenheid te vinden in het geheel van leven en denken. (F.A.S.)
Antinomianisme: Opvatting dat, wanneer men het evangelie aanvaardt, de morele wet niet langer van toepassing is. (F.A.S.). Het misbruiken dus van de christelijke vrijheid in het nieuwe verbond.
Antithese: Tegenstelling tussen twee dingen (vb. vreugde is de antithese van verdriet). (F.A.S.) Zie verder onder monisme.
Apologetiek: Dat deel van de theologie dat zich bezighoudt met de verdediging en verbreiding van het christendom. (F.A.S.)
Archetype: De psycholoog Jung interpreteerde droomsymbolen die de gehele geschiedenis van de mensheid door voorgekomen zijn en noemde deze archetypes. (F.A.S.)
Arianisme: Arianisme, de van de 4de tot de 6de eeuw sterk verbreide leer van de Alexandrijnse priester Arius (gest. 336), die Christus’ godheid ontkende en in hem een schepsel zag, zij het ook het allerhoogste schepsel, nl. de vóór de tijd door God voortgebrachte Logos. Zijn opvattingen werden door het concilie van Nicea (325) veroordeeld, maar begunstigd door o.a. keizer Constantius bleef het arianisme binnen het Romeinse Rijk een machtige stroming, totdat het op het concilie van Constantinopel (381) opnieuw veroordeeld werd. Buiten het Rijk hield het daarna nog lange tijd stand onder de pas gekerstende Germaanse volken, totdat het definitieve einde kwam met de bekering van de Franken tot het Romeinse christendom (Encarta 2002).
Arminianisme: Het Arminianisme leert dat ons eeuwig behoud afhangt van onszelf, dat wil zeggen, wij zijn zelf verantwoordelijk of we voor eeuwig behouden willen worden. Maar we moeten wandelen naar Gods wil, anders zullen we alsnog verloren gaan.
Asana: Benaming voor de lichaamshoudingen bij yogaoefeningen (Van Dale)
Atheïst Iemand die gelooft dat er geen God is. (F.A.S.)
Aura: (Lat., = luchtstroom, ook: schijn, glans), een soort kleurenspel dat bepaalde occultisten (de sensitieven) om of nabij personen met wie zij in aanraking komen, beweren te ‘zien’ en dat een afspiegeling zou vormen van de karaktereigenschappen, de gemoeds- en gezondheidstoestand van deze personen. Van theosofische zijde is beweerd dat de aura in verband zou staan met het astraallichaam (Encarta 2002).
Avatar: Oudindisch avatarah (afdaling, afstamming). Afdaling, d.i. vleeswording van een godheid, m.n. van Visjnoe. (Van Dale)

Bahá’í: Uit Iran stammende religie, genoemd naar de stichter Bahá’ulláh (Van Dale). “Het Bahái-geloof is de jongste onafhankelijke wereldreligie. De Stichter, Bahá’ulláh (1817-1892), wordt door de bahái’s als tot nu toe de laatste in de reeks Boodschappers van God beschouwd, een reeks die teruggaat tot voor het begin van de geschiedschrijving en waartoe ook Abraham, Mozes, Boeddha, Zoroaster, Christus en Mohammed behoren. Het centrale thema in de Boodschap van Bahá’ulláh luidt dat de mensheid één ras vormt en dat de dag gekomen is dat zij zich moet verenigen tot één wereldgemeenschap. Bahá’ulláh stelde dat God historische krachten in werking heeft gezet die de traditionele grenzen van ras, klasse, geloofsovertuiging en natie afbreken en die op den duur tot een universele beschaving zullen leiden. De belangrijkste uitdaging waar de volkeren der aarde zich voor geplaatst zien is dat ze het feit van hun eenheid moeten accepteren en het proces van eenwording moeten steunen. Een van de doelstellingen van het Bahái-geloof is te helpen een antwoord op deze uitdaging mogelijk te maken. Een wereldomvattende gemeenschap van ongeveer zes miljoen Bahái’s , waarin de meeste landen, rassen en culturen op aarde vertegenwoordigd zijn, is bezig om de leringen van Bahá’ulláh in praktijk te brengen. Hun ervaring zal een stimulans zijn voor allen die de visie delen dat de mensheid één familie en de aarde één vaderland is”. (http://users.pandora.be/Baháihasselt).
Behaviorisme: Behaviorisme is een theorie waarin de gedragsreacties verklaard worden door leerprocessen. Alle gedragingen worden gezien als (ketens van) reflexen. Het model waarin een reflex kan worden voorgesteld is S-R. Zodra de prikkel of stimulus (S) er is, ontlokt deze de reactie of respons. Er is dus een koppeling tussen de S en de R. Men kan dus de reactie voorspellen. Sommige reflexen zijn aangeboren, maar de meeste gedragingen worden aangeleerd. Dit leerproces dat mechanistisch verloopt, zonder tussenkomst van het individu zelf noemen de behavioristen conditionering. Het behaviorisme is geruime tijd de populairste stroming binnen de (Amerikaanse) psychologie geweest en pas sinds enkele decennia voorbijgestreefd door modernere stromingen, welke samengevat worden onder het begrip cognitieve revolutie. (Wiki).
Bijbelkritiek: Ook wel ‘hogere bijbelkritiek’ of ‘historisch-kritische methode’ genoemd: de wetenschap die zich bezighoudt met de inhoud van de tekst op grond van: 1. de aard, de vorm en het onderwerp van de verschillende bijbelboeken, 2. de aard en de samenhang van de context en verschillende bijbelgedeelten en 3. de gegevens over de omstandigheden van de schrijvers en de geadresseerden van de bijbelboeken. De moderne bijbelkritiek tracht echter de Bijbel aan te vallen en te bewijzen dat hij niet het Woord van God is, maar slaagt daar niet in. Ze vertoont ernstige leemten en gebreken. Jezus Christus, het Woord, is het ultieme struikelblok in de hogere kritiek, zoals trouwens bij alle vrijdenkers en modernisten.
Bovenverdieping Term die aangeeft waar de moderne filosofie zich bezighoudt met betekenis of zinvolheid, maar niet openstaat voor verificatie door de wereld der feiten die de onderverdieping vormt. (F.A.S.)

Calvinisme – Arminianisme: Het Calvinisme leert dat ons eeuwig behoud niet geïnitieerd door onszelf, maar dat wij hiertoe voorbestemd en uitverkoren waren voor de grondlegging van de wereld (Ef.1:4,5). Deze voorstemming is eeuwig en onveranderlijk. Daarom zullen zij die voor eeuwig zijn behouden, nooit verloren gaan. Het Arminianisme leert dat ons eeuwig behoud afhangt van onszelf, dat wil zeggen, wij zijn zelf verantwoordelijk of we voor eeuwig behouden willen worden. Maar we moeten wandelen naar Gods wil, anders zullen we alsnog verloren gaan. Het Arminianisme benadrukt de menselijke verantwoordelijkheid en het Calvinisme benadrukt het werk van God. Vanuit Bijbels perspectief geven beide theologische scholen een verwrongen beeld. Calvijn had gelijk dat ons eeuwig heil wordt geïnitieerd door God. Het proces om tot nieuw leven te komen begint daarom bij God (Gen. 1:1-2), waarbij de directe interactie van de mens echter een belangrijke rol speelt. De reactie van de mens is daarbij mede bepalend of hij tot geloof komt. Het Arminianisme faalt doordat het naambelijders verwart met ware Christenen. Een waar Christen kan zijn of haar eeuwig leven niet verliezen, ook al struikelt hij vele malen. Wat uit God geboren is gaat niet verloren.
Cessationisme Is de theologische visie dat de miraculeuze gaven, zoals genezingen, tongen en profetische openbaringen, enkel behoorden tot de apostolische tijd en een doel dienden welke uniek was aan de opbouw van de vroege kerk, en dat ze verdwenen voordat de canon van de Schrift gesloten was.
Chakra: Van het Oudindische cakrah (wiel). In vele Oosterse culturen beschreven als een energiecentrum dat een verbindingspunt is tussen het fysieke en het fijnstoffelijke lichaam: men kan zeven belangrijke chakra’s onderscheiden. (Van Dale).
Chiliasme: Chiliasme (v. Gr. chilias = duizendtal) of millenarisme, naam voor de verwachting van het in de Openbaring van Johannes (hoofdstuk 20) beschreven Duizendjarig Rijk.
Ch’i: of Chi Qi of ch’i (trad. Chin.; Japans: qì; ki Koreaans: gi), ook vaak gespeld als chi, is een fundamenteel concept uit de Chinese cultuur, doorgaans gedefinieerd als adem, levenskracht, vitale energie, spirituele energie die deel uitmaakt van alles wat bestaat. Verwijzingen naar qi of soortgelijke filosofische concepten als een soort van metafysische energie die levende wezens in stand houdt, vormen onderdeel van veel religies, vooral in Azië. (Wiki).
Christian Science De ideeën van de Christian Science kunnen als volgt worden samengevat: God en de geest zijn het goede, terwijl de materie en het kwade geen reële werkelijkheid zijn. Ziekten worden veroorzaakt door het gebrek aan inzicht, nl. dat ze niet werkelijk zijn, behorend tot het gebied van de materie. Door tot inzicht te komen en in overeenstemming te leven met de goddelijke geest kan een mens genezen worden. De wonderen van Jezus, die in de bijbel beschreven worden, hebben te maken met het geestelijke inzicht van Jezus, waardoor de illusie van de ziekte overwonnen kon worden (Encarta 2002).
Communicatie: Het overbrengen van ideeën en informatie. (F.A.S.)
Connotatie: Zaken die voor de luisteraar mede begrepen worden bij het beluisteren van een woord, buiten hetgeen het volgens de definitie betekent. (F.A.S.)
Contemplatieve spiritualiteit: Beschouwende, bespiegelende spiritualiteit. Zo is het opnieuw populair geworden “contemplatief gebed” het leegmaken van de geest (door het herhalen van een mantra, een woord of korte frase) waardoor men geestelijk in contact komt met naar wat men foutief meent God te zijn. Men riskeert hierdoor in contact met de demonenwereld te komen. Het is een strik van de duivel.
Cosmologie: De wetenschap van de aard en de principes van het heelal. (F.A.S.)

Dada: De naam van een stroming in de kunst die ontstond in 1916 te Zürich. De naam, die gevonden werd door lukraak in een Frans woordenboek te prikken, betekent ‘hobbelpaard’. (F.A.S.)
Deïsme: Het stelsel dat Gods bestaan erkent als van de wereld onderscheiden, maar ook gescheiden, in die zin dat God, na de wereld geschapen te hebben, op de gang van de dingen geen invloed meer uitoefent (als zodanig het tegenovergestelde van theïsme). (Encarta 2002). Geloof aan één God berustend op de rede, niet op openbaring (Van Dale).
Determinisme: De leer dat de mens in zijn handelen niet vrij is maar bepaald wordt door psychologische en fysiologische oorzaken, waardoor de vrije wil een illusie wordt. (F.A.S.)
Dharma: Dharma (Sanskriet: “de drager, de ondersteuner”) duidt in het oude India de gang der natuur, de orde in de kosmos, maar ook de orde in het maatschappelijke leven aan. Het leven dient volgens het hindoeïsme in overeenstemming met de dharma: de kosmische en sacrale orde te zijn. De regels hiervoor zijn neergelegd in leerboeken (dharmasutras en dharmashastras)… (Van Goor’s Encyclopedisch Woordenboek der Godsdiensten, 1970).
Dialectiek: Het principe van verandering volgens de lijnen van een driehoek. Een stelling heeft een tegengestelde. De twee tegengestelden versmelten in een synthese die op haar beurt weer these wordt, enz. (F.A.S.)
Dichotomie: Scheiding in twee volledig afzonderlijke delen. In dit boek wordt de term gebruikt voor de volledige scheiding van het rationele en logische in de mens, van zinvolheid en betekenis van het leven. (F.A.S.)
Dispensationalisme: De leer dat Gods handelen met de mens verschillend is in verschillende dispensaties in de tijd. Deze dispensaties worden ook ‘bedelingen’ genoemd. Dit is het tegenovergestelde van de Verbondstheologie.
Divinatie: Inzicht in de toekomst of ontdekking van het verborgene door bovennatuurlijke gave. (Van Dale).
Docetisme: Opvatting dat Christus slechts in schijn de menselijke natuur heeft aangenomen. (Encarta 2002).
Dominionisme: Dominionisme – ook bekend als Transformatie-, Heerschappij-, Koninkrijk-Nu-beweging en Restoratietheologie – is een merkwaardige mengeling van gereformeerd / calvinistische theologie en charismatische invloeden. Dominion theologie leert dat door het komen van Christus de gelovige “dominion” (heerschappij) heeft op elk gebied van het leven. Wij bevinden ons volgens hen NU in het Koninkrijk van God (bemerk dezelfde kijk op het Koninkrijk als de Vineyard beweging en zoals te vinden is in tal van “christelijke” liederen), en als gevolg daarvan zouden wij met Christus over de aarde moeten regeren (naar Op. 5:10). Politiek gezien is het de tendens onder politiek actieve christenen, vooral in de VS, om invloed te verkrijgen op seculier, burgerlijk bestuur middels hun interpretatie van de bijbelse wet.
Dualisme: Het aannemen van twee tegenover of onafhankelijk naast elkaar staande beginselen ter verklaring van de werkelijkheid (Van Dale)

Eclecticisme: Het streven om uit denkvormen, werkwijzen, stijlen of motieven datgene uit te kiezen wat het beste lijkt. (Van Dale).
Emerging/Emergent Church: De “emerging church movement” is een christelijke beweging die eind 20e eeuw is opgekomen en waarbinnen ernaar gestreefd wordt het Koninkrijk van God gestalte te geven binnen de plaatselijke tijd en cultuur. De term is een overkoepelend begrip voor een grote diversiteit aan nieuwe – dikwijls experimentele – vormen van missionair kerk-zijn in een postmoderne cultuur. Er bestaat tot op heden geen Nederlandstalig algemeen gebruikt equivalent voor de term “emerging church”, alhoewel men in de literatuur soms de letterlijke vertaling “opkomende kerk” kan aantreffen, en dus kan beter de Engelse term gehandhaafd blijven. In het Engelse woord “emerging” vinden we twee belangrijke verwante termen: emergence (het opkomen, te voorschijn komen) en emergency (noodzaak). Om de beweging te typeren wordt meestal de term “emerging church” (opkomende kerk) gebruikt, zoals reeds besproken, maar ook “emergent church” (zich vrijmakende kerk).
Entheïsme: Entheïsme is, zoals panentheïsme, een geloof dat het goddelijke in alle dingen is, maar impliceert meer dan geloof of theorie. Een entheïst [Gr. en (in) + theos (God)] is iemand wiens leven zich focust op het zoeken van eenheid met deze kracht, en die het doel van zijn leven ziet in helpen te begrijpen en vervullen van het grote plan van evolutie”. Bron: http://www.frankparkinson.co.uk/new_spirituality.html.
Entropie: Entropie is een maat van wanorde, of de afname van bruikbare energie. De entropie neemt toe tot een maximum. Met het verloop van de tijd vallen alle fysische systemen uit elkaar; alles neigt tot wanorde.
Epistemologie of kennistheorie Een belangrijk onderdeel van de filosofie is de kennistheorie of de epistemologie. Het gaat in de kennistheorie om de vraag hoe de mens tot kennis komt en ook om de vraag hoe betrouwbaar die kennis dan is. Het gaat om de vragen: “How we know and how we know we know”. In het Verlichtingsdenken erkent men wel dat de mens kennis verwerft door waarneming en door redenering/nadenken. De derde mogelijkheid dat de mens kennis verkrijgt door openbaring werd a-priori afgewezen. De bovengenoemde drie wegen om tot kennis te komen zitten b.v. in de volgende bijbeltekst: “Maar gelijk geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord (kennis door waarneming) en wat in geen hart is opgekomen (kennis door redenering en intuïtie), al wat God heeft bereid voor degenen die Hem liefhebben. Want ons heeft God het geopenbaard (kennis door openbaring)” – 1 Kor 2:9,10. (A.P. Geelhoed)
Epistemologie: Gevormd van Gr. episteme (kennis) + logia (verhandeling). Leer betreffende het wezen, de methoden en de grenzen van de menselijke kennis, syn. Kenleer, kennisleer, wetenschapstheorie (Van Dale).
Eschatologie: De leer van de eschata (= laatste dingen), de toekomstige dingen die gebeuren moeten.
Esoterie: Het geheimzinnige, al wat slechts door ingewijden doorgrond kan worden. Esoterisch: (Gr. esoterikos), bestemd voor de ingewijden, de deskundigen, syn. Geheim. (Van Dale)
ESP: Extra-sensory perception, buitenzintuiglijke waarneming, zoals telepathie, helderziendheid en proscopie (Het domein van de slang, W.J. Ouweneel).
Exegese: Verklaring van een geschrift, in het bijzonder van de bijbel, syn. Bijbelverklaring, uitlegkunde. (Van Dale)
Existentialisme: Een theorie over de mensen, die zegt dat de ervaring van de mens niet te beschrijven is in wetenschappelijke of rationele begrippen. Het existentialisme legt de nadruk op de keuze, gebruik makend van de vrijheid van de mens in een onbepaalde en klaarblijkelijk zinloze wereld. (F.A.S.)
Existentieel: Verband houdend met het menselijk bestaan, gezien als een aaneenschakeling van momenten. Empirische werkelijkheid, in tegenstelling tot louter theorie. (F.A.S.)

Final experience: Grenservaring. Karl Jaspers gebruikt deze term om een ervaring aan te geven die overweldigend genoeg is om hoop en betekenis aan het leven te geven. (F.A.S.)

Gemeente: Gemeente, Gr. ekklesia, betekent ‘uitgeroepenen’ (uit de wereld) – vandaar het woord Kerk. Ekklesia (Gemeente, Kerk) slaat op alle ware gelovigen in Christus: Zijn ‘lichaam’ (Rm 12:5; 1Ko 12:27; Ef 1:22, 23; Ko 1:18). De Gemeente is goed te onderscheiden van ‘de gehele christenheid als verantwoordelijk getuigenis op aarde’. Deze laatste is de ‘zichtbare Kerk’, met daarin ware christenen én naamchristenen, terwijl de Gemeente de ‘onzichtbare Kerk’ is van ware gelovigen die bij de Heer ‘gekend’ zijn (Mt 7:22, 23).
Generisch: Eigen naar het geslacht of de soort (Van Dale)
Glossolalie: Tongenspreken of glossolalie is de onbijbelse namaak van het spreken in vreemde, niet aangeleerde talen.
Gnosis: De diepere kennis aangaande godsdienstige waarheden (Van Dale).
Gnostici: Theosofen uit de 2e-5e eeuw nC die door middel van kosmogonische bespiegelingen en oosterse myten een diepere verklaring van de godsdienstige waarheden en het wezen van de dingen probeerden te geven. (Van Dale)
Gnostiek of gnosticisme (v. Gr. gnosis = inzicht, kennis), verzamelnaam voor een pluriforme godsdienstig-wijsgerige stroming, die vooral in de eerste eeuwen n.C. grote betekenis had, maar ook later momenten van herleving kende. De aanhangers streefden naar het heil door geheime, alleen voor ingewijden gereserveerde kennis (gnosis). Deze kennis heeft betrekking op het goddelijke en bovenaardse machten, maar is ook inzicht in het wezen van de mens. Het ontvangen van de gnosis is iemands geestelijke opstanding uit de doden. De geest moet zich van de gebondenheid aan het lichaam bevrijden (Encarta 2002).

Hedonisme: De leer dat zinnelijk genot het richtsnoer van het menselijk handelen hoort te zijn en het hoogste goed is (Van Dale).
Hermeneutiek: Leer van de regels en hulpmiddelen die bij de uitlegkunde gebruikt worden, de theorie van de exegese, met name van de bijbeluitlegging. (Van Dale)
Holisme: Opvatting dat er een samenhang bestaat in de werkelijkheid die enkel uit een beschouwing van het geheel blijkt en niet terug te vinden is in de onderdelen (Van Dale). Holisme (v. Gr. holos = geheel), een leer ter verklaring van het leven, die in tegenstelling tot het mechanicisme en het vitalisme [filosofie] de nadruk legt op de totaliteit van het organisme, dat als geheel meer is dan de som van de delen en waarvan de delen vervangbaar zijn zonder het geheel te schaden. De onderlinge samenhang en samenwerking van de delen en de processen staat op het eerste plan. De term is afkomstig van Jan Christiaan Smuts. (Encarta 2002)
Humanisme: Iedere filosofie of filosofisch systeem waarin de mens tot uitgangspunt wordt genomen om te trachten een eenheid te vinden in de zinvolheid van het leven. (F.A.S.) “De term humanisme dateert pas van de 19e eeuw en is afgeleid van het Italiaanse umanista (docent in de Latijnse taal, welsprekendheid, dichtkunst en literatuur, vakken die studia humaniora werden genoemd). De term heeft dus niets te maken met ‘het centraal stellen van de mens’, ‘de ontdekking van het individu’ en dergelijke. In het christelijk humanisme stond wel degelijk God centraal, en over het individu heeft geen humanist zich het hoofd gebroken” (www.kun.nl). “Wereldbeschouwing die voor alles de menselijke waardigheid, de vrijheid en de waarde van de persoonlijkheid wil hooghouden en bevorderen en die het geloof aan een persoonlijke god niet als premisse stelt” (Van Dale). “Humanisme is een democratische en ethische levenshouding die bevestigt dat mensen het recht en de verantwoordlijkheid hebben om betekenis en vorm te geven aan hun eigen leven. Het staat voor het opbouwen van een meer humane samenleving via een moraal gebaseerd op menselijke en andere natuurlijke waarden, in een geest van rede en vrij onderzoek, door menselijke vaardigheden. Het is niet deïstisch, en aanvaardt geen bovennatuurlijke realiteitsperceptie”. (www.huma.be/info/hva.htm)

Immanent 1. In zichzelf besloten, synoniem: inwonend, aanklevend, tegenover: transcendent. 2. niet bovenzinnelijk. (Van Dale).
Imminent: Boven het hoofd hangend, naderend, iets dat elk moment kan gebeuren zonder voorafgaande tekenen of waarschuwingen.
Impressionisme: Stroming in de Franse schilderkunst uit de tweede helft van de 19de eeuw, welke het begin was van de moderne kunst. Haar doel was door middel van de kleur, het effect van licht op voorwerpen weer te geven. (F.A.S.)
Incarneren: Sommigen spreken nogal eens van ‘incarneren’ als het om de duivel of de demonen gaat. Dit is een onjuiste uitdrukking. Incarnatie komt van het kerklatijn incarnatio (van caro, gen. Carnis = vlees). In de christelijke terminologie is dit de aanduiding voor de menswording van Gods Zoon. Letterlijk betekent deze term ‘vleeswording’. Van de duivel (of de demonen) kan men niet zeggen dat zij ‘vlees worden’ – zij bezetten andermans lichaam of vlees.

Judaïsten: Christen-joden die vast bleven houden aan de besnijdenis als voorwaarde om gered te worden.

Kundalini: Krachtige energie die voorgebracht wordt door meditatie, geassocieerd met de chakra’s .

Legalisme: De leer van de rechtvaardiging door goede werken.
Levitatie: Van het Latijn Levare, opheffen – loskomen van de zwaartekracht.
Linguïstische analyse: Filosofische stroming die ervoor wil zorgen dat de filosofie niet verward raakt in allerlei ideeën. Zij doet dit door deze ideeën in de context van hun eigen taal te zetten. Deze tak van de filosofie ziet de taak van de filosofie niet zozeer in het geven van verklaringen, maar meer in het verhelderen van wat aan de oppervlakte ligt. (F.A.S.)
Logica: De wetenschap die zich met het redeneren bezighoudt. De voorspelbare en onvermijdelijke consequentie van een rationele analyse. In de klassieke Logica gold dat ‘A is ongelijk aan niet-A’. (F.A.S.)
Logisch positivisme: Een analytische stroming in de moderne filosofie die verklaart dat alle metafysische theorieën eigenlijk zonder waarde zijn omdat ze niet gecontroleerd te kunnen worden aan de hand van empirische gegevens. (F.A.S.)

Manicheïsme: Wereldgodsdienst, gesticht door Mani, was van de derde tot de veertiende eeuw in het Oosten en van de vierde tot de zesde eeuw in het Westen belangrijk. Het is een gnostische religie van syncretische signatuur, waarvan het leersysteem vooral ontleend is aan de christelijke en de Iraanse godsdienst, terwijl de organisatievormen en missioneringsmethoden voornamelijk uit het boeddhisme zijn overgenomen. Het manicheïsme gaat uit van een dualistisch wereldbeeld en kosmologie. Tegenover de heerser van het rijk van het licht (de Vader) staat de heerser van het rijk van de duisternis (de duivel of Ahriman). De strijd tussen licht en duisternis moet ook door de mens worden gevoerd, die door een voorbeeldige levenswandel het licht kan laten overwinnen. Voor historische personen als Boeddha, Jezus en Paulus was een grote en belangrijke plaats ingeruimd in het manicheïsme. (Encarta 2002)
Materialisme – gesloten wereldbeeld. Onder invloed van de successen van de natuurkunde gaat men de wereld zien als een machine. (Het materialisme komt op, men ziet alles wat er gebeurt als het resultaat van “natuurlijke” factoren alles is gedetermineerd). Het wereldbeeld wordt gemechaniseerd, alles wordt bepaald door natuurlijke factoren. Nederlandse Protestanten die de hand van God zagen in de vernietiging van de Spaanse Armada worden als belachelijk en zeer naïef voorgesteld. Dat die Armada verslagen is komt alleen door natuurlijke oorzaken. Dat heeft niets met ingrijpen of besturing van God te maken. Wonderen kunnen niet plaatshebben. Voor openbaring, wonderen, etc is geen plaats. (A.P. Geelhoed)
Menselijkheid van de mens, de: Die aspecten van de mens, zoals zinvolheid, liefde, rationaliteit en de vrees niet te zijn, welke hem van het dier en de machine onderscheiden en die bewijzen dat hij geschapen is naar het beeld van een persoonlijke God. (F.A.S.)
Metafysica: Uit het Grieks: ta meta ta phusika; wat na, achter de fysieke zaken ligt. Deel van de wijsbegeerte dat zich bezighoudt met de laatste, bovenzinnelijke gronden van de dingen en werkingen. (Van Dale).
Methodologie: Studie van methodes en principes volgens welke de vraag naar waarheid en kennis benaderd wordt. (F.A.S.)
Modernisme: In de zeventiende eeuw is de filosofische beweging van de Verlichting ontstaan. Over het algemeen wordt dit gezien als de start van het modernisme. De mens verklaart zichzelf autonoom. Startend met zichzelf gaat hij nu zelf, al waarnemend en redenerend, uitzoeken hoe de wereld en het bestaan in elkaar zit. Alles wat de mens, uitgaande van zijn eigen waarneming en redenering, niet redelijk (en overtuigend) vindt wordt afgewezen. Uit het christendom houdt men alleen over wat men, vanuit het eigen gesloten wereldbeeld gezien, voor mogelijk houdt. Al het bovennatuurlijke wordt verworpen. Een mechanisch wereldbeeld. (A.P. Geelhoed)
Monisme: Monisme [filosofie], een eenheidsleer, dwz. Elk wijsgerig systeem dat in tegenstelling tot dualisme en pluralisme uiteindelijk één samenhang verlenend principe aanneemt ter verklaring van het geheel van de werkelijkheid. Soms worden wijsgerige onderzoeken naar één zinverlenend principe ook monistisch genoemd (Encarta 2002). Deze misleide aanhangers houden ermee op tegenstellend te denken, volgens these – antithese, door geen onderscheid meer te maken en verzoening te brengen (synthese) tussen tegenovergestelde categorieën van dingen, zoals het koninkrijk van God versus het koninkrijk van Satan, waarheid versus leugen, enz. Zij geloven zonder voorbehoud in ‘eenheid’ en bezien alles als onderdeel van een groter kosmisch geheel. Satans wereldregering en zijn alliantie van wereldgodsdiensten zullen voor deze mensen volkomen aanvaardbaar zijn (J.S. Malan in ‘Zeven oorlogen’)
Monolithisch: Een ongedifferentieerd. In verband met de moderne cultuur: het geven van een geünificeerde boodschap. In de grond zijn allen het eens. (F.A.S.)
Montanisme Vroeg-christelijke religieuze beweging, veroorzaakt door Montanus, die ca. 156 in Klein-Azië in gezelschap van twee profetische vrouwen, Priscilla en Maximilla, optrad met een extatische en rigoristische prediking. Hij verkondigde dat weldra het nieuwe Jeruzalem en het duizendjarige rijk zouden aanbreken. Montanus meende dat in hem de H. Geest, de ‘Paracleet’, was gekomen. Het montanisme verbreidde zich tot in Rome en heeft zich, vnl. in Klein-Azië, weten te handhaven tot in de 6de eeuw. De invloedrijkste aanhanger ervan was Tertullianus (Encarta 2000).
Mystiek: Er zijn twee betekenissen: 1) Het streven om een rechtstreekse eenheid te vinden met de uiterste werkelijkheid van ‘het goddelijke’. Dit geschiedt door middel van een onmiddellijk aanvoelen, inzicht of een ogenblikkelijke verlichting. 2) Een vage speculatie zonder basis. (F.A.S.)

Naturalisme: In de filosofie: de leer dat er niets kenbaar is of bestaat boven de natuur of het zijnde; leer waarin het bestaan van God wordt ontkend en al het bestaande uit natuurlijke oorzaken wordt verklaard. (Van Dale)
Necromantie: Het raadplegen van of communiceren met zogenaamde geesten van doden (waarzeggerij). Grieks: necromanteia; necros (lijk) & manteia (voorspelling).
Neo-orthodoxie: Moderne theologie die de dialectiek van Hegel en Kierkegaards sprong in het christelijk geloof heeft toegepast. (F.A.S.)
New Age: Het volgens een aantal holistisch georiënteerde groepen onlangs aangebroken tijdperk van Aquarius, waarin het begrip heelheid centraal staat (Van Dale). “New Age is de naam die wordt gegeven aan een scala van moderne vormen van spiritualiteit, religie en magie, die zich richten op de ontplooiing van een gesacraliseerd zelf”. (www.pscw.uva.nl/gm/courses)
Nicolaïeten (Openb. 2): De naam betekent “overwinnaars van het volk (of de leken)” en we kunnen dit daarom verstaan als mensen die wilden heersen over het volk van God, alsof zij apostelen waren (zie 2:2). Als de hoogste liefde tot de Heer ontbreekt, kan men niet voorkomen dat het kwaad van de menselijke hiërarchie ingang vindt (vgl. Hand 20:29; 3Jh 9; 1Pt 5:3). Meer algemeen denkt men dat de Nicolaïten een sekte vormden, een soort vrijzinnigen, die Bileam volgden (Op 2:14v) en die in strijd met het apostelconvent (Hd 15) leerden dat christenen vrij waren afgodenoffers te eten. Vooral in Thyatira stond hun leer in het middelpunt (2:20v). Evenals het Bileam gelukte de Israëlieten te verleiden tot het eten van offervlees en tot ontucht (Nm 31:16; 25:1-5) gaven de Nicolaïten klaarblijkelijk dezelfde raad om daarin de christelijke vrijheid te nemen. Het is merkwaardig dat in Thyatira later het Montanisme (2de eeuw) zich verbreid heeft. (Zie o.a. Enc. V.h. O. en N.T., Bosch & Keuning n.v. Baarn).
Nihilisme: Een ontkenning van elke bestaansgrond van een objectieve waarheid. Een geloof dat het leven eigenlijk zonder zin of doel is. Dit leidt bij deze mensen vaak tot een vernietigingsdrang t.o.v. zichzelf of van de maatschappij. (F.A.S.)

Occultisme (v. Lat. occultus = verborgen, geheim), verzamelnaam voor de leerstellingen en praktijken van bepaalde personen of groepen die beweren over een geheime, hun adepten of ingewijden alleen toegankelijke leer of wetenschap te kunnen beschikken. Dit occultisme vertoonde zich in de oudheid bijv. in de mysteriën met hun inwijdingen en geheime leer. In de middeleeuwen maakten de kabbalisten en alchemisten aanspraak op het bezit van een dergelijke geheime wetenschap, waarvan de praktische toepassing tot bijzondere prestaties in staat zou stellen. Modernere vormen van occultisme vindt men in de theosofie, de antroposofie, de astrologie, het spiritisme en bij de Rozekruisers. (Encarta 2002).
Oecumene: Eenheid van christelijke bewegingen, ongeacht hun theologische verschillen. Dit is beslist niet de “eenheid van de Geest” die God voorschrijft in Ef. 4:3-6.
Open Theïsme: ook bekend als “openheid theologie” en de “openheid van God”, is een poging om een verklaring te vinden voor de voorkennis van God in relatie tot de vrije wil van de mens. De redenering van het open theïsme is in essentie de volgende: (1) mensen zijn daadwerkelijk vrij, (2) als God de toekomst absoluut zou kennen, dan zouden mensen niet werkelijk vrij zijn, (3) daarom weet God niet absoluut alles over de toekomst. Het Open Theïsme stelt dat de toekomst niet bekend kan zijn. Daarom weet God alles wat er ook maar geweten kan worden, maar Hij weet niet hoe de toekomst er uit ziet.

Pantheïsme: De leer dat God en de natuur één zijn. Het heelal is eerder een uitbreiding van Gods essentie dan een zelfstandige schepping. (F.A.S.). Wijsgerige leer dat de wereld (de stof) en God identiek zijn, dat God het leven van het heelal zelf is. (Van Dale).
Panentheïsme: Van het Gr. pan (geheel) + Gr. en (in) + Gr. theos (god). De filosofische opvatting dat God de eenheid is van al wat is, zonder dat God ondergaat in het Al, of het Al opgaat in God. (Van Dale).
Pelagianisme: Pelagius wordt vooral in verband gebracht met de theologische strijd over kwesties als vrije wil, genade, erfzonde en kinderdoop. Pelagius stelde dat de vrije wil van de mens ook na de zondeval intact was en ontkende de erfzonde. Hij stond hierin lijnrecht tegenover zijn tijdgenoot Augustinus. Ook met kerkvader Hieronymus lag hij overhoop.
Pluralisme: Samenwerking van verschillende beginselen naast elkaar
Postmodernisme: Postmodernisme wil zeggen: datgene wat na het modernisme komt. Zowel het vertrouwen in de objectieve waarneming als in de algemeen geldigheid van het menselijk oordeels / redeneervermogen heeft de postmoderne mens verloren. Alle waarneming is “theorie-beladen”. Daar wordt mee bedoeld dat ieder naar de werkelijkheid kijkt vanuit de eigen levenservaring en levensbeschouwing. De waarneming is niet objectief maar theorie-beladen. Er is dan geen objectieve kennis mogelijk. Niemand kan meer zeggen “zo is het, zo moet het”. Het modernisme wordt verachtelijk als “funderingsdenken” van de hand gewezen. De Bijbel zegt echter: “Dit vooral moet gij weten dat geen profetie der Schrift eigenmachtige uitlegging toelaat” – 2 Petrus 1:20. (A.P. Geelhoed)
Post-Millennialisme: Interpretatie van Openbaring 20 die Christus’ tweede komst NA (Latijn post-) het Millennium plaatst.
Pre-Millennialisme: Het geloof in de nog toekomstige 1000-jarige regering van Christus, genoemd in Openbaring 20, en dat deze volgt op Christus’ wederkomst, en dat de kerk dan in de hemel en Israël het middelpunt op aarde zal zijn. Dit verschilt van A-millennialisme of Post-Millennialisme.
Pre-Tribulationalisme: Het geloof dat de opname zal plaatsvinden vóór het begin van de 7-jarige verdrukking. Dit verschilt van Mid-Tribulationisme en Post-Tribulationisme.
Preterisme Het preterisme is een opvatting binnen het christendom waarbij de profetieën van de eindtijd, onder andere uit het bijbelboek Openbaring, niet over de toekomst gaan maar reeds vervuld zijn in het verleden. Preteristen plaatsen de vervulling van de bijbelse voorspelling in de eerste eeuw na Christus, de tijd van de Romeinse keizer Nero en de Joodse Opstand met Rome. (Wiki). Daarna moet aan de oprichting van het koninkrijk hier op aarde gewerkt worden, zo menen zij.
Pragmatisme: Een vorm van denken waarbij de praktische consequenties de enige toetssteen vormen van een theorie. (F.A.S.)

Rationalisme: Zie humanisme. De menselijke rede is het centrum van alle werkelijkheid en de oorsprong der waarheid. (F.A.S.)
Rationeel: Alles wat verband houdt met of gebaseerd is op de gave van de mens om consequent te kunnen redeneren. (F.A.S.)
Reinforcement: Reinforcement is een toename in de kracht van een respons dat volgt op het aanbieden van een stimuluscontingent voor deze respons. (Wiki). Vgl. het snoepje voor de hond om een kunstje te doen. Zie “behaviorisme”.
Reiki: Spirituele energie die gekanaliseerd wordt door iemand die afgestemd is op Reikikracht. Letterlijk vertaald: God-energie.
Repressie: Repressie (psychologie): verdringing naar het onderbewuste. (Wiki).
Réveil De godsdienstige opwekking, herleving in de 19de eeuw. Naam van een opwekkingsbeweging binnen het protestantisme in de eerste helft van de 19de eeuw, die ca. 1810 te Genève ontstond. De beweging stelde zich dogmatisch op orthodox-reformatorisch standpunt, maar legde de nadruk op persoonlijke vroomheid en broederlijke liefde (Encarta 2002).
Romantiek Een levensvisie die geen basis in de werkelijkheid heeft en die een voortbrengsel is van een overdreven optimisme. De term wordt hier niet zozeer gebruikt voor een historische stroming, maar meer voor een levenshouding die ongefundeerd optimistisch is. (F.A.S.)

Sabellianisme Een vorm van Unitarianisme genaamd naar Sabellius, een derde-eeuwse Afrikaanse bisschop. Het is de visie dat God niet enkel één enkele essentie is maar ook één enkele persoon. Dus zijn de namen Vader, Zoon en Heilige Geest geen persoonlijke namen maar relatiewijzen van de goddelijke persoon in Zijn handelen met de mens. Volgens Sabellianen verwijst de term Vader naar deze ene goddelijke persoon wanneer Zijn onbegrijpelijke grootheid en soevereiniteit in de kijker staan. Zoon refereert naar Zijn Openbaring aan de mens en Zijn vleeswording. Heilige Geest verwijst naar Zijn onmiddellijk werken op het schepsel in de werken van creatie, voorziening of genade. In moderne tijden hebben het Swedenborgianisme en de zogenoemde “Oneness”-sekten Sabellianistische zienswijzen geadopteerd.
Sciëntisme: De Verlichting wordt gekenmerkt door sciëntisme. In het algemeen wordt onder sciëntisme verstaan de wijsgerige visie die van de beoefening der (positivistisch opgevatte) wetenschap de oplossing van alle problemen en alle mysteries verwacht. Het is de overtuiging dat de wetenschap, met haar gebruik van de wetenschappelijk methode, een verklaring voor al wat is kan geven. En de overtuiging dat de opinies/bevindingen van de wetenschap beslissend zijn. De wetenschap als hoogste autoriteit. (A.P. Geelhoed)
Scholastiek: Combinatie van wijsbegeerte en godsgeleerdheid die aan de hogescholen van de middeleeuwen onderwezen werd (vooral aansluitend bij Aristoteles). (Van Dale). Scholastiek is het vermengen van bijbelse gegevens met allerlei buitenbijbelse filosofische gedachten. (A.P. Geelhoed). De scholastiek is een aanduiding voor de inhoud en de methode van het middeleeuwse denken. In de scholastiek wordt een poging gedaan de geloofswaarheden uit de theologie, die in het middeleeuwse denken een belangrijke rol vervulden, te verzoenen met de filosofische waarheden die de middeleeuwse denkers ontleenden aan de filosofen uit de Griekse oudheid (m.n. Plato en Aristoteles). Hierbij ging het om een verzoening van geloof en rede. De scholastiek heeft een bepaalde methode om met gezaghebbende teksten om te gaan. Deze bestaat uit drie fasen: lectio (lezing), quaestio (vraagstelling) en disputatio (discussie). (Encarta 2002)
Semantiek: 1) Wetenschap die de ontwikkeling van de betekenis en het gebruik van woorden en taal bestudeert. 2) Het gebruik maken van de connotaties en dubbelzinnigheden van een woord. (F.A.S.) Leer van de betekenis van de woorden en woordgroepen (Van Dale).
Sjamaan: Toverpriester bij Siberische volksstammen (Van Dale). “Sjamanen komen oorpronkelijk uit Siberie; het woord in de Toengoezen-taal, staat voor iemand die een toestand van spirituele opwinding gebruikt om binnen te treden in gewoonlijk niet-waarneembare realiteiten van de spirituele wereld en daar hulp te vragen voor hem/haar of derden… Een sjamaan is een man of vrouw die bewust een nieuw bewijstzijnsniveau of parallelle wereld kan betreden. In deze “werelden” worden ze bijgestaan door natuurgeesten en persoonlijk helpers of krachtdieren. Deze reizen naar de wereld ’n aast, boven, onder en tussen’ ons hebben steeds een doel. Meestal werkt men ’s nachts of in het donker met de ogen gesloten en daalt af naar dat niveau onder constant gedrum. Ritme en herhaling zorgen ervoor dat men in een soort trance komt. Het drummen, ratelen en dansen zijn sjamanistische technieken die men onder de knie moet hebben. De drum slaat zo’n 220 tellen per minuut, daarom vergelijkt men deze sacrale muziek met house en techno; de sjamanen van vandaag…” (http://skriebels.tripod.com/spiritualiteit).
Sjamanisme: De aanduiding voor een complex van geloofsopvattingen en handelingen rond een sjamaan: een man (soms een vrouw) die in staat is in contact te treden met geesten en die zulks meestal doet om zieken te genezen (de tovenaar of medicijnman van een stam). Sjamanen komen bij zeer veel volken voor, bijv. in Afrika, Oceanië en Indonesië, maar het verschijnsel is het best bekend van de Eskimo’s en Lappen. (Encarta 2002).
Sofisme: Spitsvondige, maar geen steekhoudende redenering, syn. Drogreden.
Sofist: Sofisten zijn oorspronkelijk de in Griekenland in de 5e eeuw-optredende filosofen die tegen betaling lessen gaven; later krijgt het woord de betekenis van ’s pitsvondige betweter’ (‘Lof der Zotheid’-Noten)
Soteriologie: Van het Griekse sotèr = Redder; Leer omtrent Christus als Zaligmaker.
Spiritual Formation: Andere naam voor contemplatieve spiritualiteit.
Surrealisme: Een kunstvorm die onmogelijke en fantastische dingen uitbeeldt door middel van onnatuurlijke juxtaposities en combinaties van feiten en gegevens vanuit het onderbewustzijn. (F.A.S.)
Syncretisme: Versmelting van wijsgerige en religieuze opvattingen en meningen van verschillende herkomst, zonder dat de tegenstrijdigheden worden opgeheven en een synthese wordt bereikt (Van Dale)
Synthese: De combinatie van de partiële waarheden van these en antithese tot een hogere vorm van waarheid, vgl. dialectiek. (F.A.S.)

Taoïsme: Chinees godsdienstig-wijsgerig stelsel van Lao Tse, verwant met het boeddhisme (Van Dale)
Tekstkritiek (van de Bijbel): Tekstkritiek van de Bijbel tracht de oorspronkelijke tekst van het Oude Testament en het Nieuwe Testament vast te stellen door de werkwijze van de tekstkritiek toe te passen op de oude Bijbelse handschriften. Tekstkritiek van de Bijbel wordt ook wel “lagere kritiek” genoemd en is een andere discipline dan hogere schriftkritiek. Hogere kritiek houdt zich bezig met datum van ontstaan, schrijver en eenheid van de Bijbelboeken. Tekstkritiek of lagere kritiek is bezig met het vergelijken van varianten tussen de oude Bijbelse handschriften. (Wiki).
Theïsme: Geloof aan een in de wereld werkende en als Schepper boven de mens staande, zelfbewuste, persoonlijke, levende God (wel te onderscheiden van ‘deïsme’). Van Dale.
Theosofie: 1. (Eigenlijk) goddelijke wijsheid, zodanig als die welke door de goden zelf bezeten wordt; 2. Een mystiek-filosofisch systeem van wereldbeschouwing met soms neoboeddhistisch karakter: de theosofie houdt vast aan de reïncarnatie. (Van Dale) Een samenstel van leringen dat op een diepere dan de gewone kennis aanspraak maakt. Men baseert zich daarbij op een innerlijk beleven, dat zich niet enkel op God betrekt, maar ook, helderziend, op ijlere werelden. Karakteristiek voor de leringen zijn die over het bestaan van Meesters of Mahatma’s die van tijd tot tijd ‘wereldleraren’ uitzenden om godsdienstige impulsen te geven; verder die over het bestaan van ijlere ‘gebieden’ en van fijnstoffelijke lichamen (het astraallichaam van de mens) en ten slotte de lering over de werkelijkheid van zielsverhuizing. (Encarta 2002).
Transcendent: De grens van de zintuiglijke waarneming te boven gaand (Van Dale)
Transcendente meditatie: Een in het Indische denken gewortelde meditatietechniek, sedert 1958 gepropageerd door de Indiase leraar Maharishi Mahesh Yogi (= Grote Ziener). De techniek bestaat vnl. in het hardop of in gedachten gedurende 15 à 20 minuten herhalen van een (persoonlijk) mantra, dwz. een korte, meestal uit enkele lettergrepen bestaande formule, ontleend aan het Sanskriet of Hindi, gewoonlijk (voor de westerling) zonder speciale betekenis. De transcendente meditatie wordt beoefend in georganiseerd verband (Encarta 2002).
Transhumanisme: Transhumanisme is de filosofie dat de mensheid zich verder kan en moet ontwikkelen tot een nieuwe soort die wellicht niet meer als “mens” (“human”) herkenbaar is, en voorlopig met de naam “posthuman” wordt aangeduid. Een transhumanist zou je kunnen omschrijven als iemand die geïnteresseerd is in de evolutie van de mens naar de “posthuman”. http://georgeovermeire.nl/transhumanisme.nl/.
Trichotomie: De mens is een trichotomie, geen dichotomie. Trichotomie: de mens heeft niet alleen een lichaam en een ziel maar ook een geest. Sommigen menen dat geest en ziel in de Bijbel hetzelfde betekenen, maar dat klopt niet, zie Hebr. 4:12 en 1 Thess. 5:23.

Uniformitarisme: Is het idee dat de processen die aan de basis van de geologie liggen, dezelfde vorm en frequentie hebben gehad tijdens het verloop van de geschiedenis. In feite stelt men dus: “Het heden is de sleutel tot het verleden”.
Unitarisme: Zich niet gebonden achten aan enig dogma, belijdenis of traditie (Van Dale)
Universalisme: Alle mensen zullen uiteindelijk een positieve connectie en relatie met God hebben. Het geloof dat Gods genade iedereen ten deel zal vallen.

Verbalisatie: Het onder woorden brengen van een vooronderstelling. (F.A.S.)
Verbondstheologie: Hier stelt men vast, dat alle beloften en profetieën in het Oude Testament betrekking hebben op het “verbondsvolk” Israël. Vervolgens stelt men vast, dat dit volk ongelovig was en bleef, in de dagen van de komst van de beloofde en geprofeteerde Christus, de Messias Israëls. Sindsdien dient het bekend te zijn “dat de zaligheid Gods de heidenen gezonden is, en dezen zullen horen” (Hand 28:28). De getrokken conclusie is, dat alle aan Israël beloofde zegeningen terecht zijn gekomen bij de Kerk, die beschouwd wordt als de voortzetting van het oudtestamentische Israël. Ook alle profetieën aangaande het Messiaanse rijk – het Koninkrijk Gods – zouden vervuld worden aan de Kerk. Het natuurlijke Israël zou geen bijbelse of profetische toekomst meer hebben. Op deze gronden wordt de Kerk dan ook aangeduid met de overigens onbijbelse uitdrukking “het geestelijk Israël”. Terwijl Israël uit de dagen van het oude verbond ook dikwijls wordt aangeduid als “de Kerk”, zoals blijkt uit het opschrift boven vele Psalmen en profetieën. Graag spreekt men van “de Kerk der eeuwen”, zonder onderscheid te maken tussen het Israël van het Oude Testament en de Gemeente van het Nieuwe. Dat wat het heden betreft. En aangezien de profetieën aangaande het komende Koninkrijk geacht worden vervuld te worden in de lopende Kerkgeschiedenis, verwacht men voor de toekomst niets dan de “jongste dag”, het “laatste oordeel”. (www.bijbels-panorama.nl). Maar God verving Israël niet door de Gemeente! De Gemeente kwam er tussenin, als het internationale volk van de genadebedeling, en ze zal van de aarde verdwijnen bij haar opname. Van Israël (de olijfboom) waren enkel de takken afgebroken en de Gemeente werd in de plaats daarvan op de edele stam geënt. Maar na het gemeentetijdperk zal God Israël terug herstellen, echter in de verdrukkingstijd (70ste jaarweek). God heeft Zijn volk beslist niet verstoten, integendeel, hun toekomstige aanneming zal een nieuwe wereldlente inluiden: zie Romeinen 11.
Verificatie: De procedure/methode die men moet toepassen om er achter te komen of een verklaring waar is of niet. (F.A.S.)
Verlichting: Periode van het rationalisme in de 18e eeuw: de menselijke rede is het centrum van alle werkelijkheid en de oorsprong der waarheid.
Vervangingstheologie: De onbijbelse vervangingstheologie (of vervangingsleer) is als volgt te definiëren: – In het plan van God is de christelijke kerk in de plaats gekomen van Israël, of nauwkeuriger geformuleerd, de kerk is het historisch vervolg van Israël. – Het Joodse volk verschilt niet van andere etnische groepen, zoals de Engelsen, Spanjaarden, enz. – Zonder berouw, wedergeboorte en integratie in de kerk hebben de Joden geen toekomst, geen hoop en geen roeping. – In onze tijd, na Pinksteren, is “Israël” (in de juiste betekenis van het woord) de kerk.
Vooronderstelling: Een theorie of stelling die men aanneemt voordat de eerste logische stap genomen wordt. Een dergelijke aanvaarding beïnvloedt vaak de richting waarin men verder redeneert. (F.A.S.)

Wicca: Een Oudengels woord, dat in modern Engels ‘witch’ is geworden; een moderne heks, ook ‘witte heks’ genoems’ (Van Dale). Hekserij of Wicca is een natuurreligie die zowel door vrouwen als mannen wordt beoefend. Heksen komen samen op het platteland, op open plekken in het bos, in de tuinen in voorsteden of op appartementen, om bij volle maan en bij het wisselen van de seizoenen, zichzelf in harmonie te brengen met de krachten van de Natuur. Heksen vereren wat zij de ‘Oude Goden’ noemen, de goden en godinnen die voor de komst van het kristendom vereerd werden. Ze vereren de Godin van de Aarde en de Drievoudige Maan en haar gezel, de Gehoornde God van het Woud. De heksen kennen hun goden niet bij één naam. De verschillende heksentradities geven hun goden soms andere namen. Meestal wordt de Godin Aradia of Kerridwen genoemd en de God Kernunnos of Karnayna. Sommige tradities beschouwen de namen van de goden als een geheim en gebruiken ze alleen tijdens de rituelen. Welke naam de heksen ook geven aan de God en de Godin, voor hen zijn alle goden, ook die van andere religies, verschillende uitingen van het goddelijke” (www.webspawner.com/users/mistral).

Yoga: Uit India afkomstig streven om door lichamelijke en geestelijke methoden van concentratie tot hogere bewustzijnstoestanden te geraken of bijvoorbeeld een betere ademhalingstechniek aan te leren (Van Dale). “Wat is yoga? Yoga is zelfrealisatie. Punt, andere lijn. De persoonlijke ziel moet terug één worden met de kosmische ziel – met BRAHMAN. Dus kortweg : ik moet stijgen boven tijd en ruimte. Ik moet terug puur geest worden. In basis ben ik geest en ik moet het terug realiseren. Onze ziel is versluierd door materie. We moeten de sluier terug wegnemen. En zoals Jezus zei: “Ik en de Vader, wij zijn één”. En we maken geen compromissen meer. Daar alleen dient het leven voor. De materie moet gedropt worden. Dit is yoga”. (http://user.online.be/yoga).

Zenboeddhisme: Vorm van het boeddhisme met veel nadruk op meditatie als middel tot verlichting (Van Dale)
Zich verwerkelijken: Een term die de existentialisten gebruiken en welke inhoudt dat de mens de zinvolheid van zijn bestaan waarmaakt door een daad van de wil, of een gevoel van angst. (F.A.S.)
Zijnde, het Een term die het gebied aangeeft waarin slechts het bestaan is (existentie, geen essentie). (F.A.S.)
Zoroastrisme: Een zeer oude religie van vuuraanbidders die veel werd aangehangen in Centraal Azië, voordat de Islam aan invloed toenam. Volgens Hislop was Zoroaster, ‘Zero-ashta’, de grote god van de Chaldeeën. ‘Zero’ betekent in het Chaldeeuws ‘het zaad’ en ‘Zeroastha’ betekent ‘het zaad van de vrouw’. De evolutie van ‘Zero’ naar ‘Zoro’ zien we in ‘Zoro-babel’, zoals Zerubbabel in de Griekse Septuaginta werd weergegeven – het ‘zaad van de vrouw’ werd ‘Zoroaster’. De oudste volken waren bekend met de profetie van Gen. 3:15 en keken uit naar het beloofde ‘zaad van de vrouw’. Nimrods vrouw Semiramis zou haar man na diens overlijden tot voorwerp van aanbidding gemaakt hebben, nl. als ‘het zaad van de vrouw’. Rond de figuren Nimrod en Semiramis zien we de alleroudste afgoderijen ontstaan. Wij weten ook uit de Bijbel dat Chaldea (Babylon) de oorsprong is van alle afgoderij. De Perzische naam voor Zoroaster is ‘Zarathustra’. Als westerlingen die naam horen dan denken ze aan ‘aldus sprak Zarathustra’, geschreven door Nietzsche, en aan een stuk van Wagner. Zie meer in “The Two Babylons van A. Hislop”. (M.V.)