Spirituele Vorming

 

Vertaling van het artikel Spiritual Formation.

Inleiding


Bijna iedereen die de trends binnen het christendom volgt spreekt tegenwoordig van spirituele vorming. Van boeken tot artikels, van preken tot bijbelschoolcursussen, spirituele vorming is een populair onderwerp. Maar wat is het eigenlijk, wat leert het? Is het iets dat we moeten omarmen, negeren of bestrijden? Met deze editie van Think on These Things wil ik een onderzoek starten over deze vragen en meer. Zo de Heer wil zullen alle artikelen van TOTT in 2012 gewijd zijn aan het uiteenzetten en evalueren van enkele aspecten van wat "Spirituele Vorming" genoemd wordt. In dit eerste artikel zal ik proberen een definitie van spirituele vorming aan te bieden, zijn origines nagaan, enkele praktijken opnoemen, zijn recente populariteit illustreren en in het kort zijn kracht, maar ook zijn gevaren aantonen.

Op zoek naar een definitie


Wanneer de gemiddelde persoon spreekt over spirituele vorming, gaat hij ervan uit dat het om een modern en trendy synoniem van discipelschap gaat. Doorheen de kerkgeschiedenis, in gehoorzaamheid aan het zendingsbevel van de Heer (Matt. 28:19-20), heeft de kerk zich de taak eigen gemaakt discipelen, of volgelingen van Jezus Christus te maken. Misschien omdat ze moe werden van steeds ditzelfde woord te gebruiken, hebben creatievere mensen dit woord vervangen door andere woorden, zoals mentoraat, hoewel dat woord eerder uit een seculiere context komt dan uit een bijbelse.
Mentoraat impliceert een relatie tussen 2 mensen, waarin een volwassenere christen een jongere christen traint. "Jan was mijn mentor." Ik denk dat het woord mentoraat, simpelweg vanwege zijn implicaties, gebruik en achtergrond, niet het beste woord is om te beschrijven wat de bijbel "discipelen maken" noemt. Wanneer we het Nieuwe Testament bekijken zien we dat discipelschap niet enkel een zaak van individuen is, maar ook van de gemeente. D.w.z. discipelen worden niet zozeer gevormd door een één-op-één relatie, maar door de bediening van het ganse lichaam van Christus. Hoewel we allen wel kunnen wijzen op enkele individuen die van groot belang zijn geweest in onze geestelijke groei, en hoewel wij allemaal op de ene of andere manier betrokken zouden moeten zijn in het maken van discipelen, en hoewel de meesten hun discipelschap richten op enkele mensen, moeten potentiële discipelen het evenwicht hebben van een breder ledenaantal van de gemeente om volgelingen van Christus te worden, zoals de Here het bedoeld heeft (Ef. 4:11-16; 1 Kor. 12). Het lijkt mij best te blijven bij bijbelse terminologie, die ons goed dient in het begrijpen van de opdracht die voor ons ligt.

Hoewel de term "mentoraat" nog steeds door sommigen gebruikt wordt, lijkt het dat "spirituele vorming" zowel "mentoraat" als "discipelschap" heeft vervangen in de woordenschat van vele mensen. Het is echter geen equivalent voor discipelschap, of zelfs mentoraat. Sommigen beweren dat de origine van spirituele vorming terug te leiden is tot 1974, toen Pater William Menninger, een Trappist monnik, een oud boek terugvond, The Cloud of Unknowing, in de bibliotheek van de Sint-Jozef abdij te Spencer, Massachusetts. Dit 14de eeuwse boek bood middelen aan om contemplatieve praktijken, reeds lang toegepast door katholieke monniken, aan leken aan te leren. Toen Menninger deze contemplatieve praktijken begon te leren, begonnen ook zijn abt, Thomas Keating en Besil Pennington, een mede Trappist monnik, deze concepten te verspreiden. (1) Maar het was Richard Foster in 1978, met zijn boek Celebration of Discipline, die de populariteit en huidige interesse erin aanwakkerde. Het was door deze mijlpaal van een boek, door Christianity Today beschreven als één van de 10 beste boeken van de 20ste eeuw, dat katholieke en oosters orthodoxe disciplines, toegepast door woestijnvaders en -moeders (2), alsook door monniken en kluizenaars, geïntroduceerd zijn in het evangelicalisme. Deze disciplines waren niet volledig onbekend aan evangelicalen die bekend waren met de kerkgeschiedenis, maar nu werden ze herverpakt en aangeboden als een middel tot geestelijke groei en maturiteit. Meer dan dat nog, er werd geïmpliceerd dat zonder het gebruik van deze oude contemplatieve methoden, ware geestelijke vorming onmogelijk was. Geaccepteerde bijbelse disciplines, zoals bijbelstudie en gebed, werden gezien als simplistisch. Erger nog, gelovigen werd verteld dat deze bijbelse disciplines voortkwamen uit het westers wereldbeeld van de ratio. Als gelovigen dieper wilden intreden tot de dingen van God, waren deze praktijken niet genoeg, omdat ze nooit echt het hart bereiken, en de christen achterlieten met weinig meer dan een oppervlakkige, intellectuele kennis van het Goddelijke, zonder enige diepte. Bruce Demarest, professor Christelijke Theologie en Spirituele Vorming aan Denver Seminary, zegt: "Het hart ontdekt en ervaart God; de rede toont en legt God uit." (3) Dezelfde auteur citeert Brennan Manning, die zegt: "Het aangewakkerd verstand, verlicht door de waarheid, ontwaakt bewustzijn; het aangewakkerde hart, aangeraakt door liefde, ontwaakt passie." (4) De expliciete implicatie doorheen alle spirituele vormingsliteratuur is dat bijbelstudie het verstand voedt, maar als je je hart wilt voeden moet je je richten op geestelijke disciplines.

Naarmate meer en meer auteurs, leraren, uitgevers en scholen ditzelfde refrein begonnen te zingen, raakten evangelicalen steeds meer geïntimideerd. Ze wilden niet uit de boot vallen wanneer het ging om deze nieuwste, en zogenaamd beste middelen tot discipelschap, en begonnen deze nieuwe contemplatieve leraren te lezen en naar hen te luisteren. Ze ontdekten dat ieder boek of iedere preek begon met het aanboren van een ongenoegen dat alle gelovigen wel kenden. Het klonk ongeveer zo: "Ben je het christelijk leven dat je tot nog toe geleefd hebt niet moe? Word je het bijbellezen, bidden, naar de kerk gaan niet moe? Zou je niet willen ingaan tot de diepte van je ziel en een onbeschrijfelijke ervaring met God hebben die je leven voor altijd radicaal zal veranderen? Zo ja, dan moet je de disciplines leren en beoefenen die reeds vanaf het begin in de gemeente zijn gebruikt. Lees dit boek (of volg deze cursus of ga naar deze retraite of haal dit diploma, etc.) en we zullen je leren wat de spirituele meesters van het verleden wisten, maar wat wij reeds lang vergeten zijn."

Op basis van zulke beloften is de moderne spirituele vorming geboren en gedijt ze nu. Soms wordt ze anders genoemd, Contemplatieve Spiritualiteit of simpelweg de Spirituele Disciplines, maar ze wijzen allemaal op hetzelfde principe. Bruce Demarest geeft deze definitie in zijn boek Satisfy Your Soul: "Spirituele vorming is een oude bediening van de gemeente, begaan met de vorming van het karakter en de daden van een gelovige naar de gelijkenis van Christus." (5) Richard Foster is het hiermee eens: "Christelijke spirituele vorming is een door God opgelegd proces dat onze ganse persoon vormt zodat we het karakter en het wezen van Christus kunnen aandoen." (6) Dit klinkt heel erg als de definitie van discipelschap die we in de bijbel terugvinden, maar laten we, voor we ons ontspannen, eens terugkeren naar professor Demarest, die ons vertelt dat spirituele vorming niet enkel over orthodoxe leer gaat, maar over "vele praktijken die (ons) de weg tonen naar de aanwezigheid en leiding van God." (7) Deze eerder goedaardige stelling, opent de deur naar de Spirituele Vorming, en hoe ze verschilt van bijbels discipelschap. Wat spirituele vorming onderscheidt van discipelschap ligt niet in zijn gelijkaardige definitie, maar in zijn bron, praktijken en filosofie.

Origine


Waarschijnlijk één van de belangrijkste factoren die we dienen te begrijpen, wanneer we de spirituele vorming analyseren is zijn origine. Haar leraren beweren steeds opnieuw dat hun disciplines hun oorsprong vinden in de eerste dagen van de gemeente. Dan Kimble, in zijn boek The Emerging Church, noemt het de 'vintage church', terwijl Robert Webber, auteur van Ancient-Future Faith, ernaar verwijst als de klassieke fase van de kerkgeschiedenis (ca. de 2de-6de eeuw n.C.). Zulke mannen zijn het oppervlakkige gemeenteleven, dat het christendom overheerst heeft sinds de opkomst van het "Seeker Friendly" (zoeker-vriendelijk) model, moe geworden. Ze verlangen naar iets met meer inhoud en meer historische verbindingen dan wat de moderne kerkervaring aanbiedt. Zij stellen voor dat we het verleden bestuderen en onze levens en gemeentes modelleren naar de rijke en levende geestelijke dynamiek die we daar zouden terugvinden.

Ik geloof dat deze mannen het bijna bij het rechte eind hebben - bijna. Het is in feite zo dat we naar het verleden moeten kijken om te zien hoe we in het heden dienen te leven en te functioneren. Het probleem is dat deze mannen niet ver genoeg terug gaan. In hun mars naar het verleden stoppen ze in de klassieke periode van de kerkgeschiedenis, i.p.v. terug te gaan naar het Nieuwe Testament. Dat is de fatale fout in de hele beweging. De vroege gemeente (post-apostolisch, niet de Nieuw Testamentische gemeente) deed vele dingen goed en vele dingen fout. Haar leren, visies, rituelen, organisatie en structuren kunnen met vrucht onderzocht worden, maar ze waren niet zonder fouten. Ik onderwees onlangs een vak over de geschiedenis van christelijke doctrines, waarbij ik John Hannah's uitstekend boek Our Legacy als handboek gebruikte. In deze studie vond ik het ontmoedigend te ontdekken hoe snel de vroege gemeente wegging van de leer van de brieven. Zowel doctrinaal als ecclesiasticaal ging de gemeente tijdens de klassieke periode verder dan het geïnspireerde woord van God en vormde ze haar eigen visies, doctrines, filosofieën, rituelen en vormen.

Op leerstellig gebied moet je enkel een paar bladzijden lezen uit het hoog geprezen (door hen die spirituele vorming promoten) Ancient Christian Commentary on Scripture serie. Deze 27-delige serie (inclusief de Apokriefen) is uitgegeven om deze generatie te verlichten aangaande de visies van de vroege kerkvaders en theologen. De nood voor zulk een oeuvre, wordt gegeven in het schutblad van ieder volume: "Vandaag heeft de historisch-kritische methode van interpretatie haar claims op de bijbelse tekst en de gemeente zo goed als uitgeput. Bijgevolg is er onder christelijke individuen en gemeenschappen een sterk verlangen naar het gehele, het diepe en het duurzame." M.a.w. het is tijd om de historisch grammaticale hermeneutische methode achter te laten, en terug te keren naar de denkbeeldige en allegorische methoden van de vroege kerkvaders. Wanneer je de interpretaties in deze volumes leest, kun je je afvragen of de vroege kerkvaders zelfs dezelfde bijbel aan het lezen waren. Velen (niet allen, natuurlijk) van de commentaren op verschillende teksten zijn zo eigenaardig en fantastisch dat enige hoop op een normaal begrip van de Schrift volledig verloren is gegaan. Wat deze serie van commentaren heel goed demonstreert is waarom en hoe de gemeente reeds vroeg in haar geschiedenis afdwaalde. Wanneer je de bijbel verdraait om ze alles te doen zeggen wat jij maar wilt, waar je dan uitkomt kan zeer vreemd en bizar zijn.

Een goed voorbeeld van wat opkwam door zulk een hermeneutiek is de monastieke beweging, waarbij de zogenaamde woestijnvaders en -moeders naar de Egyptische wildernis migreerden om als kluizenaars te leven en zogezegd God te overdenken. In een misleide ijver (en zonder bijbelse directie) verhongerden deze mannen en vrouwen zich vaak, stelden ze hun lichamen bloot aan de elementen, gingen ze zo lang mogelijk zonder slaap en leefden ze geïsoleerd van de samenleving. Onder deze eigenaardige en extreme omstandigheden beweerden velen visioenen en ontmoetingen met God te hebben, die normale christenen niet hadden. Bijgevolg verklaarden sommigen deze individuen als superheiligen en hun visioenen en dromen als nieuwe openbaringen van God. Zij werden verhoogd tot de status van christelijke beroemdheden. Dit zijn degenen die Richard Foster, Dallas Willard en Bruce Demarest 'spirituele meesters' noemen en van wie zij hun begrip van spirituele vorming halen. Zoals we steeds opnieuw zullen zien, de leren, methodes en concepten binnen de spirituele vorming worden aan deze vroege contemplatieve kluizenaars onttrokken, alsook van middeleeuwse monniken en nonnen, voornamelijk in de periode van de Contra-Reformatie, en niet uit de Bijbel.

Het is absoluut essentieel deze connectie vroeg in onze studie te begrijpen. Vele, zoniet de meeste, van de disciplines en instructies binnen de spirituele vorming komen niet uit de bijbel; ze zijn onttrokken aan de verbeelding van mannen en vrouwen, doorgegeven als tradities. Demarest vertelt zijn lezers dat ze, voor hulp in hun geestelijke vorming, zich moeten "keren naar ons christelijk verleden, naar mannen en vrouwen die begrepen hoe de ziel voldoening vindt wanneer we groeien in God, en hoe Zijn Geest een beter huis in ons vindt." (8) Maar wie zijn die mensen naar wie we ons moeten keren? Demarest suggereert Johannes van het Kruis, Henri Nouwen, Franciscus van Assisi, Teresa van Avila, de woestijnvaders en -moeders, en de christelijke mystici. (9) Andere aangeprezen mystici zijn Thomas Keating, Thomas Merton, Francis de Sales, Thomas Kelly, Madame Guyon, Theophanes de kluizenaar, Ignatius van Loyola, Meister Eckhart en Julian of Norwich. Zo goed als iedere auteur die een boek heeft geschreven over spirituele vorming onttrekt zijn begrip over het christelijk leven en vooral christelijke ervaringen van deze groep mystici. Spirituele vorming is dus niet gefundeerd op het Nieuwe Testament, maar voornamelijk op Rooms-Katholieke mystici, en daarnaast ook enkele Oosters Orthodoxen en Quakers. Het is belangrijk dit te beseffen vanaf het begin van onze studie, dus herhaal ik het nog eens: de spirituele vorming is niet gebaseerd op de Schrift, maar op de ervaringen, geschriften en denkbeelden van hen die een vals evangelie leren en het christelijk leven, als gevonden in de bijbel, volledig misbegrijpen.

Met dit in ons achterhoofd, moeten we ons keren naar de praktijken die de mystici absoluut nodig achten voor spirituele vorming. Deze worden doorgaans spirituele disciplines genoemd. Maar over welke disciplines spreken we hier?

Disciplines


John Ortberg, voormalig leraar in Willow Creek Community Church, beschrijft spirituele disciplines als "iedere activiteit die mij kan helpen kracht te ontvangen om te leven zoals Jezus het geleerd of getoond heeft. Hoeveel spirituele disciplines zijn er? Zoveel als we er kunnen bedenken." (10) Is dit het geval? Kan ogenschijnlijk iedere activiteit omgevormd worden tot een spirituele discipline? Keurt God alle spirituele praktijken goed en onderschrijft Hij ze als middelen tot geleidelijke heiliging? Bijbelse disciplines, die onontbeerlijk zijn voor geestelijke groei en discipelschap zijn natuurlijk goede zaken. Maar disciplines, door mensenhanden gemaakt, zijn op zijn best optioneel en zijn zeker niet essentieel voor geestelijke groei, anders zou Gods woord ze bevolen hebben en instructies gegeven hebben over hoe ze te doen. De Bijbel spreekt heel duidelijk over bijbelstudie (Joh. 17:17; Ps. 1; Ps. 19; 2 Tim. 3:15-4:6) als zijnde noodzakelijk voor heiliging. Net zo wordt gebed genoemd als een bron voor geestelijke ontwikkeling (Hebr. 4:15-16). En de noodzaak van het lichaam van Christus, zowel in onderwijzen van waarheid en wederzijdse dienst (Ef. 4:11-16; Hebr. 10:24-25) kan duidelijk gevonden worden. Maar wanneer we te ver van deze zaken afdwalen komen we in de problemen terecht. Nochtans biedt de Spirituele Vorming Beweging lange lijsten van disciplines aan die essentieel zouden zijn voor geestelijke ontwikkeling.

Foster, in zijn Celebration of Discipline, wijdt een hoofdstuk aan elk van de volgende disciplines: meditatie, (contemplatief) gebed, vasten, studie, eenvoud, eenzaamheid, onderwerping, dienst, belijdenis, aanbidding, leiding en viering. InterVarsity Press heeft een hele lijn van boeken die ze Formatio noemen, die individuele boeken aanbieden, geschreven om elkaar de bovengenoemde disciplines aan te leren, en daarnaast ook het sacramenteel leven, stilte, dagboeken, spiritueel mentoraat, bedevaart, sabbat houden, Lectio Divina en de nood voor geestelijke raadsmannen. Thomas Nelson Publishing heeft recent een achtdelige serie uitgegeven die ze The Ancient Practices Series noemen. Het eerste boek, geschreven door Brian McLaren (hetgeen de onderscheidende lezer toch iets zou moeten zeggen) is Finding Our Way Again: The Return of the Ancient Practices. Andere boeken in de serie zijn In Constant Prayer, Sabbath, Fasting, Sacred Meal, Sacred Journey, The Liturgical Year en Tithing, die allemaal spirituele disciplines aanleren, afgeleid eerder van de mystici dan van het Nieuwe Testament. NavPress biedt zijn Spiritual Formation Line aan om de spirituele disciplines te promoten. Vele andere christelijke uitgeverijen volgen hen, o.a. Zondervan, die gelinkt zijn aan Youth Specialties om boeken aan te bieden gericht op het aanleren van het contemplatieve leven aan jongeren en volwassenen. Zelfs van de pen van meer conservatieve auteurs is het zeldzaam nog recente publicaties te lezen die geen mystici citeren. Enkele van de meer prominente auteurs in het veld zijn: Richard Foster (natuurlijk), Dallas Willard, Phyllis Tickle, Robert Benson, Dan Allender, Scot McKnight, Nora Gallagher, Adele Calhoun, David deSilva, Ruth Barton, Jan Johnson, Lynne Baab, Diana Butler Bass, Helen Cepero, Leighton Ford, Larry Crabb, Calvin Miller, Tricia McCary Rhodes, Mindy Caliguire, Albert Haase, Eugene Peterson, M. Robert Mulholland Jr., Gordon Smith, Brian McLaren, John Ortberg, Mark Yaconelli, Brennan Manning, Bruce Demarest en Kenneth Boa. En dit is nog maar een beperkte lijst.

Toekomstige Think on These Things artikels zullen direct ingaan en kritiek leveren op vele van deze disciplines, maar voor nu is het belangrijk te noteren dat de Bijbel niet leert dat enige van deze disciplines (zoals ze gedefinieerd worden in de meeste Spirituele vorming literatuur) middelen zijn om geestelijke groei, heiliging of discipelschap te bereiken. Sommige van de spirituele disciplines die men aanmoedigt worden vermeld in de bijbel, maar slechts zeer weinig details worden gegeven over hoe ze toegepast dienen te worden en waartoe ze dienen. Neem vasten bijvoorbeeld. Iedere lezer van de bijbel weet dat vasten verschillende keren wordt vermeld in de bijbel, maar slechts weinigen begrijpen haar doel en functie. Op geen enkele plaats in de Bijbel staat dat vasten geestelijke groei bevordert, of geestelijke vorming bewerkstelligt, hoewel het wel geestelijke implicaties heeft (we zullen specifiek naar vasten kijken in een toekomstig artikel).

Als de spirituele disciplines, zoals ze geleerd worden door de leiders van de Spirituele vorming beweging, niet in de Schrift voorkomen, hoe kunnen christelijke auteurs ze dan zo assertief aanbevelen? Ze doen dit vaak omdat ze ervan overtuigd zijn dat de auteurs van de bijbel sterke toepassers waren van de spirituele disciplines, maar de disciplines waren zozeer deel van het leven in de 1ste eeuw n.C., dat de geïnspireerde auteurs er geen nood in zagen om ze te vermelden in het Nieuwe Testament. Dallas Willard, de mentor van Richard Foster, schrijft dat Paulus, bijvoorbeeld, de spirituele disciplines beoefende, maar er niet over schreef omdat "klaarblijkelijk... voor hem en de lezers van zijn tijd, (was er) geen nood een boek te schrijven over de disciplines tot een geestelijk leven die systematisch uitlegden wat hij wilde bereiken... Maar heel wat tijd is gepasseerd, en vele valse leren zijn (sindsdien) opgedoken in de naam van spirituele disciplines." (11)

Willard zegt hier dat de enige reden dat Paulus en de apostelen niet schreven over de disciplines, is omdat zij al in zulk een mate toegepast en aangeleerd waren door de apostelen, dat niemand indertijd meer informatie nodig had en meer inzicht moest verwerven. Dit is natuurlijk niet enkel een argument vanuit de stilte, maar ook een beetje belachelijk. Zagen de gelovigen Paulus ook niet het gebed, preken, gemeenteleven en de studie van het woord aanleren? Waarom schreef hij dan over het belang van deze zaken terwijl hij zovele van de disciplines, waar spirituele vormingsleiders zo enthousiast over zijn, gewoon links laat liggen? Het antwoord op deze vraag is enorm belangrijk. Willard gelooft, als christenen vandaag willen leven zoals de apostelen en vroege discipelen dit deden, dat het dan belangrijk is dat zij hun ervaringen met ons delen, maar vermits wij natuurlijk niet met hen leven, is alles wat wij kunnen doen lezen over hun levens. Dit maakt dat wij vervreemd zijn van de levens van de vroege discipelen en dus een gebrek ervaren aan spiritualiteit. Wat kunnen we dan doen? Willard zegt: "De enige manier om de vervreemding van hun leven te doorbreken is door binnen te gaan in de eigenlijke gebruiken van Jezus en Paulus als iets essentieel in ons leven." (12) Hiermee wil hij zeggen dat wij de spirituele disciplines, die volgens hem door de vroege christenen werden toegepast, moeten toepassen (hoewel we er nooit over verteld worden in het Nieuwe Testament, noch wordt het ons opgedragen).

Dit leidt ons tot een tweesprong reeds vroeg in onze studies. Nemen wij, als gelovigen in de Sola Scriptura, onze marsorders van het geschreven woord, of kijken we tussen de regels in de bijbel om te bepalen hoe we leven? Geloven we echt dat de Here ons in de bijbel de leer en de praktijken heeft gegeven die Hij wilt dat wij volgen, of geloven we dat we de authentieke woorden van God moeten aanvullen met onze verbeelding en de tradities van mensen? Dit wordt steeds meer een probleem binnen alle takken van het evangelicalisme. Eenmaal het aanvaard is dat we het christelijk leven kunnen verbeteren door toe te voegen aan het geïnspireerde woord van God, is er geen limiet meer aan waar we potentieel kunnen eindigen. Neem Bruce Demarest bijvoorbeeld. Als een levenslang conservatief professor aan een sterk evangelisch seminarie, bood hij aanvankelijk weerstand, toen hij werd geconfronteerd met spirituele vorming, maar hij beweert over zijn vooroordelen heen te zijn gegaan en heeft de leerstellingen ervan aanvaard. Hij schrijft: "Ik heb eerlijk gezegd ontdekt dat sommige geloven en tradities mij vreemd zijn gebleven, daar zij meer op traditie dan op degelijk bijbelse basis gefundeerd waren. Alle denominaties hebben dode hoeken. Maar ik ontdekte dat, eenmaal ik voorbij mijn oude vooroordelen en misvattingen heen geraakte, ik meer aanvaardde dan dat ik verwierp." (13)

Filosofie


De Spirituele Vorming Beweging is meer begaan met individuele ervaringen dan met Bijbelse kennis of waarheid. Dat wil echter niet zeggen dat haar volgelingen niet geïnteresseerd zijn in de bijbel, en sommigen kennen haar zelfs zeer goed. Maar de nadruk ligt meer op wat een persoon ervaart door de bijbel dan wat hij ervan leert. Contemplatieven, zoals Dallas Willard en Richard Foster, zullen bijbel lezen en gebed zeer sterk aanmoedigen, maar ze bedoelen er iets helemaal anders mee dan wanneer andere christenen in deze termen spreken. Zoals we in verder artikelen zullen zien, is contemplatief gebed niet hetzelfde als gebed in de bijbel; heilige lezing (lectio divina) van de Bijbel is niet hetzelfde als Bijbelstudie; meditatie (een mystieke ontmoeting met God) is niet hetzelfde als het kennen van God, enz. Dezelfde termen worden vaak gebruikt, maar de klassieken liberalen, en meer recent de Emergents, zijn er dol op onze termen, ook de bijbelse termen, te gebruiken en ze nieuwe definities en verdraaiingen te geven.

Vele van de spirituele disciplines die zogezegd nodig zijn voor onze Spirituele vorming zijn ofwel niet te vinden in de Bijbel, of ze zijn geherdefinieerd om iets anders te betekenen, vreemd aan de bijbelse betekenis. Er wordt ons verteld dat disciplines zoals stilte, een dagboek bijhouden, de liturgische kalender aanhouden, onze levens zullen veranderen, zelfs al reikt de bijbel deze dingen niet aan als middelen tot geestelijke groei. Dit plaatst de oprechte christen voor een dilemma. Rust de Schrift de gelovige ook werkelijk toe tot ieder goed werk (2 Tim. 4:17), zoals het dat belooft, of doet ze dat niet? Als het woord inderdaad nood heeft aan toevoegingen vanuit tradities, praktijken en menselijke methodes, welke moeten we dan uitkiezen, en nog belangrijker, hoe weten we welke methoden ons echt vooruit helpen? Bepalen we zulke zaken door naar het verleden te kijken en enkele specifieke hermeten of mystici, die beweerden visioenen en dromen en bovennatuurlijke ontmoetingen met God te hebben, te volgen als onze leidsmannen? En zo ja, welke van deze mystici volgen we dan als 'spirituele meesters', vermits veel van hun beweringen elkaar tegenspraken en hooguit grillig waren? Of misschien moeten we het pragmatisme als onze gids hanteren. M.a.w. als het werkt, ga ik ervoor. Dit lijkt de collectieve wijsheid van de spirituele vormingsleraren te zijn, als het werkt, moet het wel van God komen, zelfs wanneer de Bijbel het niet leert.

Er zijn op zijn minst 2 manieren waarop spirituele vormingsleiders een bijbelse basis proberen te creëren voor de disciplines. De eerste hebben we reeds kort vermeld: de antieke mens paste deze disciplines reeds toe, dus directe openbaring van God was niet nodig. Willard schrijft: "Verstandige en religieus vrome mensen van de klassieke en hellenistische periode, van de Ganges tot de Tiber, wisten dat zowel de geest als het lichaam rigoreus in dwang gehouden moesten worden om een fatsoenlijk individueel en sociaal bestaan te leiden. Dit is niet iets dat Paulus moest bewijzen, of zelfs expliciet vernoemen aan zijn lezers, maar het was ook niet iets dat hij vergat te vermelden om het over te laten aan gestoorde monniken in de vroege middeleeuwen om te bedenken. Het is eerder een wijsheid, verzameld door millenia van collectieve menselijke ervaring." (14)
M.a.w. de wijsheid van de collectieve menselijke ervaring heeft de nood voor religieuze disciplines erkend, en daarom was een woord van God destijds overbodig. Maar de realiteit is dat 'collectieve menselijke ervaring' en wijsheid, zeker in het licht van religie, zelfmisleidend is (Spr. 14:12). De mens kan God niet begrijpen buiten Goddelijke openbaring om. De wijsheid van collectieve menselijke ervaring heeft geleid tot iedere met mensenhanden gecreëerde religie, waarvan ze allen de mens doen afdwalen van God. De wijsheid van de mens drijft nooit mensen tot God of Zijn weg (Jac. 3:13-18). Dit was één van de belangrijkste redenen voor Christus om naar de aarde te komen; het was nodig dat Hij God aan ons uitlegde, anders hadden we Hem nooit kunnen begrijpen (Joh. 1:18).

Dit brengt ons direct bij de tweede manier waarop spirituele vormingsleiders een bijbelse basis trachten te leggen voor hun leer. Zij beweren dat de spirituele disciplines werden toegepast door Jezus en dat de apostelen hem daarin volgden, en daarom dienen wij hetzelfde te doen. Willard vertelt ons: "De sleutel in het begrijpen van Paulus ligt erin te weten dat hij dagelijks de zaken die de Here geleerd en gedaan had zelf ook beoefende. Paulus volgde Jezus door te leven zoals Hij leefde. En hoe deed hij dat? Door activiteiten en levenswijzen die zijn ganse persoonlijkheid oefende om afhankelijk te zijn van de verrezen Christus, zoals Christus Zich oefende om volledig afhankelijk te zijn van de Vader." (15) Wat voor soort praktijken bedoelt Willard hier? Hier is een voorbeeld: "Het is eenzaamheid en eenzaamheid alleen, dat de mogelijkheid opent tot een radicale relatie met God die alle uiterlijke gebeurtenissen kan weerstaan tot aan en voorbij de dood." (16) Niemand van ons ontkent dat Jezus Zich soms afzonderde om te bidden en te rusten, net zoals ook Paulus en de andere apostelen. Ook zal niemand het voordeel betwijfelen van tijd alleen met God te spenderen. Maar wanneer we verteld worden dat het "eenzaamheid, en eenzaamheid alleen (is), dat de mogelijkheid opent tot een radicale relatie met God," dan denk ik dat het wel fijn zou zijn om op zijn minst één tekst te hebben die dit ook werkelijk beweert. Waar in de bijbel stelt God dit? Eén van de problemen in de evangelische gemeente vandaag is dat te veel mannen en vrouwen zichzelf verheffen tot de hoogste autoriteit aangaande het christelijk leven. We mogen niet vergeten dat, hoe beroemd, succesvol of populair christelijke leiders ook mogen zijn, hun autoriteit enkel en alleen rust op het geopenbaarde woord van God, niet op hun eigen persoonlijkheid of intellect.

Eén van de punten die volgelingen van de Spirituele Vorming vaak missen is dat het Nieuwe Testament hun benadering van spiritualiteit helemaal niet behandelt. In Kol. 2:20-23 vertelt Paulus ons duidelijk dat vele van de disciplines die toen, maar ook nu, gepromoot werden, geen enkele geestelijke waarde hebben. Hij vraagt de Kolossenzen: "Waarom laat u zich dan bepalingen opleggen als: Pak niet, proef niet en raak niet aan? Dit zijn allemaal dingen die door het gebruik vergaan; ze zijn ingevoerd volgens de geboden en leringen van de mensen. Deze dingen hebben wel een schijnreden van wijsheid, door eigenwillige godsdienst en nederigheid, en verachting van het lichaam, maar ze zijn zonder enige waarde en dienen tot verzadiging van het vlees." (HSV)

De essentie van de Spirituele Vorming Beweging is dat door het gebruik van de aangeraden disciplines onze vleselijke natuur getemd zal worden en we zullen groeien naar het beeld van Christus. Willard schrijft: "(Paulus') kruisiging van het vlees, en onze, wordt verwezenlijkt door activiteiten als eenzaamheid, vasten, soberheid, dienst, enz., dewelke het curriculum uitmaken van de school van zelfverloochening en ons in de vuurlinie plaatsen van geestelijke strijd." (17) Maar de apostel zegt juist het tegenovergestelde. Lichamelijke discipline is helemaal niet de baas over vleselijke begeerten. Overwinning over zonde en geestelijke groei is het werk (vrucht) van de Heilige Geest (Gal. 5:16-26), hetgeen bewerkt wordt wanneer we gebruik maken van de middelen die de Schrift ons specifiek aanreikt, niet door de praktijken die door mensen zijn uitgevonden of verdraaid.

Sterktes en Gevaren


Aan de positieve kant juichen we eenieder toe, die oprecht meer als Christus wil worden. De spirituele vorming heeft ingezien dat er een echt gebrek is in het geestelijke leven van velen die beweren de Here te volgen. Velen zijn naar de gemeente gegaan, lezen de bijbel, brengen tijd door in gebed en hebben een goede kijk op doctrine, maar hebben geen kwaliteit in hun geestelijk leven. En het moet gezegd worden, wij ervaren allemaal droge periodes in onze geestelijke reis en op zulke momenten staan we open voor bevlogen sprekers, een goed geschreven boek of een bewogen retraite. Dit is allemaal niet negatief, tenzij hetgeen geleerd wordt aan Bijbelse autoriteit ontbreekt. Soms zijn deze periodes een instrument van God om onze harten voor te bereiden op lessen die Hij ons wil leren. Op andere momenten moeten we erkennen dat we misschien wel het pad van waar discipelschap verlaten hebben en terug moeten keren naar de weg die ons wordt aangeboden in het woord. Het gevaar is echter dat we ons kunnen keren naar de verkeerde bronnen om antwoorden te vinden. En dat is wat spirituele vorming doet.

Richard Foster schreef in 2004: "Toen ik begon te schrijven op het einde van de jaren '70 en het begin van de jaren '80 was het begrip Spirituele vorming nog nauwelijks bekend, uitgezonderd van gespecialiseerde referenties als het ging om katholieke ordes. Vandaag is het zeldzaam een persoon te vinden die er nog niet van gehoord heeft. Seminarie cursussen in spirituele vorming komen op als paddestoelen uit de grond. Grote getalen zijn op zoek gecertificeerd te worden als spirituele leiders om de roep van vele duizenden naar geestelijke leiding te beantwoorden." (18)
Dit toont duidelijk de populariteit en verspreiding van spirituele vorming. Iets dat 40 jaar geleden enkel bekend was in esotherische Rooms-Katholieke kringen zit nu op de eerste rij in het evangelisch leven. Wat is er veranderd? De doctrines en leerstellingen van het katholicisme zijn niet veranderd, maar de bereidheid van evangelicalen om compromissen te sluiten met de theologie en praktijken van Rome wel. Het is zelfs zo dat zelfs degenen die zich steevast in het kamp van de conservatieve evangelicalen bevinden, bereid zijn grote doctrinale verschillen te negeren om de vitaliteit van het leven te hebben, waarvan ze om de ene of andere reden geloven, dat de katholieke contempatieven dat aan te bieden hebben. Ik geloof echter dat Michael Hortonis het bij het rechte eind had toen hij waarschuwde: "Wij willen directe, intuïtieve, bovennatuurlijke ervaringen hebben. Maar God heeft bepaald dat wij al onze kennis van Hem bekomen, niet door directe ontmoetingen, maar door het geschreven woord, de bijbel, en in de persoon en het werk van Zijn vleesgeworden Zoon." (19)
Wat de Bijbel aanbiedt als christelijke ervaring en wat de spirituele vorming aanbiedt zijn twee verschillende zaken, en dat hoop ik duidelijk te maken in de artikelen die nog zullen volgen.

Conclusie


Hoewel sommigen spirituele vorming gebruiken als een synoniem voor discipelschap, is het dat niet. Hoe spirituele vorming ook gedefinieerd wordt, de middelen die ze hanteren in de vorm van spirituele disciplines, zijn bijna altijd ontleend aan Rooms Katholieke en Oosters Orthodoxe mystici. Sommige evangelicalen proberen de disciplines op te schonen en ze herin te voeren voor niet-katholiek gebruik, maar de waarheid is dat deze disciplines niet geleerd worden in de Schrift als kanalen voor geestelijke groei en discipelschap.

Velen keren zich vandaag naar spirituele vorming vanwege hun ongenoegen met hun eigen geestelijk leven. Wanneer iemand dan de spirituele disciplines aanreikt, "die altijd door de kerk zijn toegepast doorheen de geschiedenis" (zonder te vermelden dat dit verwijst naar de mystici binnen de katholieke en oosters orthodoxe tradities), zullen sommigen dit in hun naïeviteit enthousiast aannemen. Maar zoals John MacArthur waarschuwt in een andere context: "Levenloze, droge orthodoxie is het onvermijdbaar resultaat van het afzonderen van objectieve waarheid van levendige ervaring. Maar het antwoord op dode othodoxie is niet het bouwen van een theologie rond ervaring. Oprechte ervaring moet groeien uit degelijke doctrine. Wij moeten wat we geloven niet baseren op wat we ervaren hebben. Het omgekeerde is waar. Onze ervaringen zullen groeien uit wat we geloven." (20)
Geestelijke droge periodes en dode momenten zijn onvermijdbaar deel van het christelijk leven. Soms gaat het gewoon om stemmingswisselingen, op andere momenten zijn ze geworteld in ware geestelijke problemen en zonden. De discipel van Christus moet aandachtig zijn op zulke momenten, want de Here is aan het werk. Maar de oplossing is niet je te keren naar ervaringen en methodes, die voortkomen uit de tradities van het verleden; de oplossing is terug te keren naar de bijbel en door de kracht van de Heilige Geest de openbaring die de Here ons gegeven heeft uit te leven.

Ik moet er op wijzen dat de positie die ik inneem op zware kritiek zal stuiten. Demarest tracht kritiek op de spirituele vorming af te weren door te zeggen: "De kritiek geuit tegen de vernieuwing van evangelische spiritualiteit vandaag de dag toont een gebrek aan nederigheid en barmhartigheid. De reactie van vele christelijke bewegingen en leiders communiceert de boodschap: 'Ik alleen heb de waarheid!' en 'De meerderheid van de trouwe christenen heeft het verkeerd!'" (21) Maar dit is helemaal geen argument, het is een poging om hen die spirituele vorming verwerpen te intimideren en het zwijgen op te leggen. De correcte weerlegging van Demarests argument is te zeggen dat eenieder die beweert dat hij alleen de waarheid heeft inderdaad arrogant en zonder barmhartigheid is. Maar te beweren dat de Here alleen de waarheid heeft en dat Hij dat gedeelte van de waarheid, dat Hij bekend wilde maken aan ons, heeft geopenbaard in Zijn woord (Deut. 29:29) is een hele andere zaak. Als de Here inderdaad ons Zijn autoritatieve woord gegeven heeft om ons te leren wat we moeten weten en hoe we moeten leven, dan lijkt het meest wijze, het meest welwillende en het meest God-erende wat we kunnen doen te geloven, leren en leven, precies zoals Hij het ons heeft opgedragen. Meer zelfs, het is de uiterste arrogantie om het anders te doen. In plaats van te jagen naar ervaringen en tradities van mensen zouden we ons beter in het woord van God onderdompelen en de ervaringen leven die hij bepaald heeft voor Zijn volgelingen.


Bronvermelding:
(1) James D. Maxwell III, www.faith.edu/seminary/printerfriendly.php?article=./faithpulpit/2009_03-04.
(2) Woestijnvaders en -moeders waren kluizenaars, asceten, monniken en nonnen die in de woestijn van Egypte leefden tijdens de 3de en 4de eeuw n.C. Hun ascetische levensstijl werd gezien als een alternatief op martelaarschap, wat voorheen gezien werd als het hoogst mogelijke offer aan de Here.
(3) Bruce Demarest, Satisfying Your Soul, Restoring the Heart of Christian Spirituality, (Colorado Springs: NavPress, 1999), p. 84.
(4) Ibid.
(5) Bruce Demarest, p. 23.
(6) Richard J. Foster and Gayle D. Beebe, Longing for God, Seven Paths of Christian Devotion, (Downers Grove: InterVarsity Press, 2009), p. 12.
(7) Bruce Demarest, p. 26.
(8) Ibid., p. 23.
(9) Ibid., pp. 26-27, 34.
(10) John Ortberg, The Life You've Always Wanted, Spiritual Disciplines for Ordinary People, (Grand Rapids: Zondervan, 2002), p. 48.
(11) Dallas Willard, The Spirit of the Disciplines, (San Francisco: Harper, 1991), p. 95.
(12) Ibid., p. 97.
(13) Bruce Demarest, p. 35.
(14) Dallas Willard, p. 99.
(15) Ibid., p. 106.
(16) Ibid., p. 101 (nadruk door mij).
(17) Ibid., p. 109.
(18) www.theooze.com/articles/article.cfm?id=744.
(19) Geciteerd in Demarest, p. 79.
(20) John MacArthur, Charismatic Chaos, (Grand Rapids: Zondervan, 1992), p. 65.
(21) Demarest, p. 89.