En de zaligheid is in geen ander

Onlangs las ik het voorwoord van een rondzendbrief van de Zwitserse Bijbelschool SBT Beatenberg. Hierbij de Nederlandse vertaling.


Afbeeldingsresultaat voor christ alone

“En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden.” (Handelingen 4:12)

Lieve vrienden en ondersteuners van het SBT,

“Wij dulden geen concurrentie!” Deze strategie volgt ieder bedrijf dat naar de wereldoverheersing streeft. Concurrenten worden ofwel opgeslokt ofwel geëlimineerd, anders komen de eigen groeicijfers in het gedrang. Toen Jezus werd geboren, liet het machtige Romeinse Rijk geen concurrentie toe. De opperheerser noemde zichzelf ‘Caesar’, in de toenmalige wereldtaal, het Grieks, ‘Kyrios’. Doch dan kwamen de christenen die het hadden over hun ‘Kyrios’ als heerser; niet alleen van een groot, maar een wereldomvattend Rijk.

Christus zonder concurrentie

De volgelingen van Jezus zijn er zeker van: aan Jezus’ zijde is er geen plaats voor andere goden of de duivel, ook geen wereldmacht, filosofisch systeem of religie. Christus bevindt zich alleen aan de start en bereikt alleen de eindmeet. Christus heeft geen concurrenten!

Deze uitspraak provoceert. Dit was 2000 jaar geleden echter ook het geval, toen Christus werd geboren. De toenmalige Romeinse keizer Augustus zag zichzelf niet alleen in de rol van wereldheerser, maar ook als goddelijke zoon, als opperpriester en bemiddelaar met de goden (pontifex maximus), én als redder der wereld waarmee een nieuwe tijdrekening begon. De boodschap van zijn kroning werd als evangelie verkondigd. Voor de machtige wereldheerser was Christus een kleine verachte steen, die geen aandacht waard was, en waar geen gevaar van uitging. Volledig irrelevant voor Rome’s groeistrategie zou hij snel worden vergeten. Doch de ongevaarlijk lijkende, ja, bijna verachte, povere medespeler groeide uit tot buiten iedere concurrentie. Zijn rijk verspreidde zich over de gehele wereld. Het was alsof een klein regionaal IT-bedrijfje het machtige Google zou opslokken.

Christus alleen redt

Toen Maarten Luther in 1512 aan de universiteit van Wittenberg (Duitsland) de leerstoel voor bijbelonderricht overnam, stond de Redder Jezus in de arena tegenover menselijke werken. Christus streed de strijd niet meer alleen. De eigen menselijke prestaties, en die van de heiligen stonden naast Christus’ werk, de eigen inspanning samen met Zijn gerechtigheid, de eigen werken naast Zijn genade. Luther plaatste tegenover dit systeem het bekende ‘Christus alleen’ (latijn: solus Christus) en onderstreepte hiermee de klare uitspraken van het Nieuwe Testament. Wanneer Petrus zegt: “En de zaligheid is in geen ander”, dan sluit hij inderdaad al het andere uit. Dan kunnen mensen noch zichzelf redden, noch aan hun redding meewerken, noch door iemand anders gered worden dan door Christus alleen. In onze tijd ligt de uitspraak ‘Christus alleen’ net zoals in de tijd van Martin Luther weer onder vuur. Natuurlijk zijn er mensen die kunnen redden. Er zijn artsen die levens redden, therapeuten en psychiaters die mensen uit psychische verwarring en vastgelopen gewoonten bevrijden, of de belastingbetalers die wankele banken van de financiële ineenstorting redden. Er zijn vele namen onder de hemel waardoor we kunnen worden gered. Er is echter maar één naam waardoor we van Gods toorn kunnen worden gered: dat is Christus alléén. Omdat echter al dat gepraat over schuld en verzoening pijnlijk overkomt, spreken we, als het over Christus gaat, liever over hetgeen we in Zijn plaats kunnen doen i.p.v. wat Hij voor ons gedaan heeft. En daardoor belanden we bij het help-jezelf en het moralisme. ‘Christus alleen’ wordt dan ‘Christus plus’. Onze wereld heeft echter geen beklagenswaardig concurrerend product nodig in de vorm van zelfhulp, maar Hem die werkelijk kan helpen: Jezus Christus.

Met vriendelijke groeten

Felix Aeschlimann, Directeur


Vertaald door Jos