Bedenking bij het succes van valse leringen

Inleiding

Valt het u op hoe gezwind evangelisch Vlaanderen diverse winden van leer omarmt die christenen steeds verder van de Schrift afbrengen? Hoe langer hoe meer doen oecumene, mystiek, allerlei soorten meditatie, invloeden uit oosterse leringen enzovoort zich gelden binnen onze gemeentes.

Meer en meer horen we ook over Vlaamse gemeentes die aan het doodbloeden zijn; mensen komen nog wel samen op zondag, maar er lijkt hoe langer hoe minder geestelijk leven te zijn. Dit gegeven gaat arm in arm met de intrede van de voornoemde winden van leer.

De vraag ligt op tafel: hoe komt het toch dat gemeentes doodbloeden? En dat de reactie hierop zo dikwijls het zoeken is naar “nieuwe dingen” zoals andere invalshoeken, ervaringen, inzichten… (die merendeels oude bekende wegen naar de dood zijn)? Waarom zijn deze wegen zo succesvol?

Er is hier heel wat over te zeggen. We willen dan ook eenieder aanmoedigen om dit nader te onderzoeken, en daar kan onze website u bij helpen. Maar vooral is het aangeraden om de Heilige Schrift te raadplegen, want hier vinden we de Waarheid. Uiteraard een heel grote schat aan geestelijk voedsel, maar in dit artikel wil ik graag met u een groot probleem bekijken dat met name Jacobus in zijn brief behandelt, en dat mijn inziens een heel voorname oorzaak is van het ontbreken van geestelijk leven en het succes van valse leringen. Jacobus geeft ook de weg aan om dit probleem aan te pakken.

Wat we gaan lezen gaat niet over een licht mankementje en daarbij een zalfje voor de pijn, maar gaat over een levensgevaarlijke geestelijke ziekte en daarbij een operatie zonder verdoving. Maar de diagnose wordt gemaakt door de enige bekwame Geneesheer en de behandeling gebeurt wel door Zijn handen.

Jacobus 4:1-10

“Vanwaar al die strijd en al die conflicten in uw midden? Vloeien ze hier niet uit voort: uit uw hartstochten, die in alle delen van uw lichaam strijd voeren? U verlangt naar iets en krijgt het niet. U benijdt anderen en beijvert u om dingen te bemachtigen en kunt ze niet krijgen. U maakt ruzie en voert strijd, maar u krijgt niet, omdat u niet bidt. U bidt wel, maar u ontvangt niet, omdat u verkeerd bidt, met het doel het in uw hartstochten door te brengen. Overspelige mannen en vrouwen, weet u dan niet dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dan nu een vriend van de wereld wil zijn, wordt als vijand van God aangemerkt. Of denkt u dat de Schrift tevergeefs zegt: De Geest, Die in ons woont, verlangt Die vurig naar afgunst? Hij echter geeft des te meer genade. Daarom zegt de Schrift: God keert Zich tegen de hoogmoedigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade. Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten. Nader tot God, en Hij zal tot u naderen. Reinig de handen, zondaars, en zuiver de harten, dubbelhartigen! Besef uw ellendige staat en treur en huil. Laat uw lachen veranderd worden in treuren en uw blijdschap in droefheid. Verneder u voor de Heere, en Hij zal u verhogen.”

In dit gedeelte vinden we de drie zones terug waar de geestelijke strijd zich afspeelt: het menselijke hart, de wereld en de duivel. Valt het u ook op dat Jakobus heel hard hamert op de gesteldheid van het hart? De twee andere zones komen enkel maar in beeld als het niet goed zit met het hart.

Jakobus windt er geen doekjes rond: oorlog komt voort uit het hart, m.a.w. de diepgewortelde oude, zondige, bittere, harde en totaal zelfzuchtige natuur: het “ik” dat gelijk wil zijn aan God. Onderschat nooit hoe diep dat in ons geworteld zit! Enkel met een blik op het kruis weten we hoe erg het met ons gesteld is. Dit is belangrijk: dat oude zondige hart wil van nature niet naar God gaan (u krijgt niet omdat niet bidt). Toch zijn er, handelend in de oude natuur, die naar God gaan, maar enkel om voor zichzelf te zorgen en God voor de eigen kar te spannen (u bidt wel, maar met het doel het in uw hartstochten door te brengen). Het is alvast heel belangrijk om ons hart te doorzoeken, of nog beter, door Hem te laten doorzoeken, want zo dikwijls is, wat in onze ogen een rechte weg lijkt, een weg regelrecht naar de dood.

In die ingesteldheid van de oude natuur is men automatisch vriend van de wereld… maar metterdaad ook vijand van God! Daar moet over nagedacht worden, we gaan hier veel te snel over. Een vijand van God bevindt zich op dezelfde plaats als de satan en de demonen… Maar hoeveel geestelijke leiders en verantwoordelijken menen met God te wandelen terwijl zij hun oude natuur volgen!? En zo komt de wereld in onze gemeentes binnen, vermomd in blijkbaar aantrekkelijke leringen en ideeën die in wezen totaal misleidend zijn, en dit niet stapsgewijs maar in veel gevallen stormenderhand. En dan komt de vraag op onszelf toe… nemen we dit aan, en zo ja, waarom dan? Wat is dat toch met ons hart?

De duivel zelf komt enkel ter sprake wanneer het de juiste moment is voor de gelovige om weerstand te bieden: na onderwerping tot God! Hoe dikwijls beginnen christenen niet zogenaamd weerstand te bieden aan de boze zonder die onderwerping?

Maar Jakobus tekent niet alleen de terreinen van de oorlog, hij geeft ook de drie juiste acties aan die wij als christen moeten ondernemen in de geestelijke strijd die in en rondom ons woedt. Ik ben ervan overtuigd dat juist door het nalaten van deze drie acties er geen nieuw leven kan binnenkomen in onze harten en onze gemeentes.

Eerst en vooral leidt Jacobus ons naar de bron waaruit we de juiste richtlijnen ten leven kunnen halen: de Schrift (vers 5), en wijst dan onmiddellijk naar de Gids: de Geest. En hij laat ons nadenken over die Geest (die nota bene in ons inwoont!): begeert deze met jaloersheid en nijd, zoals ons hart dat doet? Onmiddellijk wordt dan de aandacht gericht op de genade, en wel “des te meer”, want gezien de gesteldheid van ons hart, heeft God alle reden om ons te oordelen en de juiste straf uit te voeren (eeuwige dood!). Maar we kennen het evangelie, en de onnoemelijke genade die daar achter schuilgaat.

Als we dit ten volle beseffen (dit is het kennen van onze Heer) is de eerste actie waar Jakobus ons toe oproept: onderwerpt u dan aan Hem. Het woord “onderwerpen” is op zich hier al een tekening van: het zich onderaan werpen aan de voeten van de Heer – daar is onze plaats. Dit betekent troonsafstand, en het erkennen van de soevereiniteit van de Heer. Je kan dit enkel doen als je Hem kent, door geloof in Zijn Woord. Het is niet zomaar een gevoel, een stuk van een lied, een ervaring, neen, het is een gevolg van het ontdekken van Wie Hij is zoals Hij Zich openbaart in Zijn Woord, en dan bewerkt Hij het nog Zelf in ons ook, door datzelfde geloof.

Na het onderwerpen beveelt Jakobus om “tot Hem te naderen”. In het Engels staat er “draw near”, dichterbij trekken a.h.w., en dan langs beide kanten. Hier gaat het om jezelf op Hem te richten, Hem op te zoeken, om dan te ontdekken dat Hij Zijn volle aandacht al bij jou heeft. Dat kan ook enkel na de onderwerping, in de juiste houding. Zie wel met welke reden je hem dient te naderen, niet om een machtige ervaring op te doen, niet om door Hem enkel maar omarmd en getroost te worden, neen, om bij Hem je hart en handen te zuiveren (van motieven tot effectieve daden). Jakobus roept op om triest te worden i.p.v. verheugd, als je begint te beseffen hoe erg het gesteld is met die oude natuur daar in je hart, en hoe je die zuivering nodig hebt. Maar hoe roept de genade ons hier toe! Je mag, neen, je moet Hem naderen met je zondige hart, enkel dan kan er daar iets veranderen.

Maar het is nog niet gedaan. Als mens denk je nu toch wel een dikke opbeuring te mogen krijgen, maar Jakobus doet er nog een derde bevel bij dat niet onder doet voor de twee vorige. Hij vraagt ons om ons te vernederen voor Hem. ‘Vernederen’ is voor ons een negatief woord: als iemand een andere persoon vernedert, spreekt dat over hoogmoed en hardheid bij de ene persoon en veel pijn en moeite bij de vernederde. De Schrift vraagt ons hier om onszelf te vernederen: dit is meer dan onderwerpen of naderen, het is in feite onszelf verwerpen, teniet doen, neerkijken op onszelf. Het hoort thuis in de orde van zichzelf verloochenen, het eigen kruis opnemen, de dood ingaan… in Jezus Christus weliswaar, want enkel door deze vernedering is het volgen van onze Heer mogelijk: dan zal Hij jou verhogen! Dan zal Hij het Zijne in jou doen, en dat is vanuit Zijn kracht, vanuit het opstandingsleven.

Besluit

Is je gemeente aan het doodbloeden? Is jouw hart koud geworden en ben je op zoek naar iets of iemand om “leven” te vinden… buiten Jezus om? Denk je dit te vinden in “nieuwe dingen” die zich overal aanbieden met een belofte van grote ‘veranderingen’?

Wees dan overtuigd dat jouw hart arglistig is en je onvoorstelbaar kan misleiden (en de wereld en de duivel staan op je te wachten dan). Legio mogelijkheden om je hart op te vullen, zo dikwijls met een christelijke saus overgoten maar regelrecht uit de hel afkomstig.

Er is maar één Weg. Kom tot Hem, zoals de Schrift het vraagt om het te doen. Volledig bewust van onze zondigheid en van Zijn overdonderende genade. En Hij zal het Zelf doen! Onderschat het opstandingsleven niet, dat Hij om niet aan eenieder geeft die gelooft!

Alleen Jezus en Die gekruisigd!

Stan