Verwachting (Hij komt!)

Door Dr. Harry Ironside,

Het originele artikel in het Engels vindt u hier terug.

In Romeinen 8:18-23 lezen we de woorden:

“Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden. Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God. Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe. En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wij zelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam.”

In Filippenzen 1:20-21 lezen we vervolgens:

“overeenkomstig mijn reikhalzend verlangen en hoop dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal worden, maar dat in alle vrijmoedigheid, zoals altijd, Christus ook nu grootgemaakt zal worden in mijn lichaam, of het nu door het leven is of door de dood. Want het leven is voor mij Christus en het sterven is voor mij winst.”

De christen had een geweldige verwachting. Terwijl Hij hier op aard was, had onze Heere Jezus Christus heel wat te zeggen over Zijn tweede komst. Ik heb nooit begrepen waarom sommige mensen, die zeggen christen te zijn (en in sommige gevallen durf ik niet twijfelen dat ze dit ook zijn), geen enkele interesse lijken te hebben in de waarheid van de wederkomst van onze gezegende Verlosser. Ik heb mensen vaak horen zeggen: “De tweede komst van Christus interesseert me niet. Het enige waar ik om geef is dat ik klaar ben wanneer Hij komt.”

Het is natuurlijk heel belangrijk dat wij klaar zijn wanneer Hij komt, maar zeggen: “Het enige waar ik om geef is dat ik klaar ben voor die gebeurtenis,” lijkt mij het toppunt van egoïsme. Ik geef alleen maar om mijn persoonlijke gereedheid? Heb ik geen diepe, warme verwachting in mijn ziel, wanneer ik vooruit kijk naar die heerlijke dag wanneer de Verlosser terugkomt? Verlang ik er niet naar Hem te zien?

Hij heeft gezegd dat Hij terugkomt, en Hij zei ons te waken en te wachten op Zijn komst, zoals mensen die wachten op hun Heer wanneer Hij terugkomt van de bruiloft. En waarlijk, wanneer we geleerd hebben Hem lief te hebben, als we Hem kennen als Degene die voor ons stierf en onze zonden heeft weggewassen met Zijn dierbare bloed, dan zouden we zeker met verlangen moeten uitzien naar Zijn wederkomst.

VERWACHTING IS GEEN ANGST

Sommige mensen denken aan de wederkomst van de Heer alsof het een verschrikkelijke gebeurtenis is, een evenement waar we als het ware voor wegkrimpen, omdat ze de tweede komst van Christus verwarren met de dag des oordeels voor een goddeloze wereld; maar deze zijn twee afzonderlijke gebeurtenissen. Wanneer Hij zegt, “En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben,” (Joh. 14:3) had Hij het niet over de laatste dag des oordeels. Hij had het over de tijd waarin Hij zal terugkomen en de doden tot leven zal brengen en de levenden zal veranderen, zij die tot Zijn verloste volk behoren, en hen zal meenemen naar het Vaderhuis. Dit is helemaal niets om voor te vrezen. De gedachte aan de wederkomst van de Heer is geen beangstigend voorteken.

Op een keer werd ik gevraagd in een Canadese stad een toespraak te geven voor de predikantenunie over de wederkomst van de Heere Jezus Christus, en dus ging ik erheen, met mijn hart en hoofd gevuld met het thema, en vond daar bijna 70 van alle predikanten in de stad verzameld. Het was mijn voorrecht hen zo een 40 minuten toe te spreken over wat ik geloof dat het Woord van God leert over deze geweldige verwachting van de Gemeente. Toen ik klaar was stond de moderator van de samenkomst, een Presbyteriaanse predikant, op en zei: “Vrienden, ik wil mijn persoonlijke getuigenis over dit thema geven. Ik was reeds jaren predikant vooraleer ik ooit de tijd nam om te onderzoeken wat de Bijbel te zeggen heeft over de wederkomst van de Heere, maar enkele jaren geleden werd ik diep geïnteresseerd in het thema en ging ik in de Schrift zoeken naar alle verwijzingen ernaar. Weet je, naarmate de waarheid duidelijk werd, kreeg ik een nieuwe Bijbel. Het leek wel alsof mijn Bijbel helemaal anders was. Zoveel zaken die voorheen onduidelijk waren, werden nu duidelijk.” Toen zei hij: “Nu zou ik graag willen dat u ons vertelt hoe dit thema u aanspreekt.”

Er was daar ook een zeer waardige oude heer, een Anglicaanse geestelijke, die reeds veel eerbewijzen had ontvangen vanwege zijn geleerdheid en capaciteiten. Hij had vele boeken geschreven, en ik had ze allemaal gelezen, dus ik was zeer geïnteresseerd toen hij werd aangewezen. De moderator wist dat hij die dag in het publiek zat, en omdat hij in zekere zin een decaan van hen allen was, keerde hij zich naar hem en zei: “Doctor, zou u ons willen toespreken over het onderwerp?” De geachte oude heer stond op, en in die verfijnde, beschaafde manier, zo typisch voor een Anglicaanse geestelijke, zei hij ongeveer het volgende:

“Wel, mijn geachte broeder, het spijt mij zeer dat u naar mij verwezen hebt, omdat ik nooit een bezoekende spreker wens te betwisten. Ik zou veel liever op het einde onze broeder bedankt hebben en het daarbij gelaten hebben; maar vermits u mij hier voor het blok zet, is het nodig dat ik mijn mening uit, en het spijt me te zeggen dat ik het niet eens ben met de spreker die ons vandaag heeft toegesproken. Natuurlijk denk ik dat de Bijbel iets zegt over de tweede komst van de Heere, maar wat dat is, weet ik niet, en ik denk dat niemand dat weet. Ik heb aandachtig naar zijn voorstelling geluisterd, en ik zit te denken dat als zijn voorstelling over dit onderwerp de juiste is, dat iets afschuwelijks is om te geloven, wanneer hij zegt dat hij gelooft dat Christus ieder moment kan terugkomen. Als iemand dat gelooft, zou dat hem volledig van zijn stuk brengen. Stel dat ik pastorale gesprekken aan het voeren ben, en de verschrikkelijke gedachte kwam in mij op dat Christus vandaag kon terugkeren! Ik zou mijn werk niet meer kunnen doen, maar zou willen teruggaan naar mijn gebedenboek en proberen mij voor te bereiden voor die afschuwelijke gebeurtenis.”

Dit was best wel moeilijk voor mij. Ik was veel jonger dan hij, en ik wilde niet onbeleefd zijn, maar ik zei tegen hem: “Doctor, ik hoop dat u ons niet doet concluderen dat iemand een lid van de grote kerk, waartoe u behoort, kan zijn, zoveel kerkelijke en academische eerbewijzen ontvangen heeft als u, en toch nooit is witgewassen van zijn zonden door het dierbare bloed van Christus! Want, doctor, als u verlost bent door wat de Heere Jezus gedaan heeft toen Hij hier de eerste keer was, of u het beseft of niet, dan bent u klaar voor wanneer Hij de tweede keer terugkomt.” Want het is niet ons begrip van de doctrines over de wederkomst dat ons klaarmaakt om Hem te ontmoeten, of onze groei in heiligheid, maar juist het feit dat een Ander, naar de gezegende wil van God, Zijn bloed gegeven heeft en gestorven is voor ons, en ons zo gereinigd heeft van alle zonde.

DE AANDACHT VAN ONZE VERWACHTING

Voor mij is de verwachting van de spoedige wederkomst van de Heere haast de meest dierbare hoop die ik bezit, “overeenkomstig mijn reikhalzend verlangen en hoop.” Hij keek uit naar de komst van de Verlosser, en zei: “dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal worden.” Ik wil gevonden worden, terwijl ik naar Hem uitzie, werkende voor Zijn heerlijkheid, ernaar strevende anderen bij Hem te brengen, ernaar zoekende Christus in mijn dagelijks leven uit te dragen, zodat ik altijd kan zeggen: “Want het leven is voor mij Christus en het sterven is voor mij winst.”

Deze arme wereld heeft de komende Verlosser nodig. Stel dat onze Heere 10 jaar geleden was gekomen. Dan zou de wereld nooit het vreselijke conflict van de huidige dag gekend hebben. Waarom zien we natiën verwikkeld in bloederige conflicten met elkaar? Is het omdat, toen de Prins van de vrede kwam om in bescheiden genade onder ons te leven, Hij niet erkend werd? Hij werd verworpen. Hij kwam om vrede te brengen, maar de mens zei: “Wij willen niet dat deze man koning over ons zal zijn” (Luk. 19:14); en dus, volgens Hosea, zei Hij: “Ik ga en keer terug naar Mijn woonplaats, totdat zij zich schuldig weten en Mijn aangezicht zoeken. In hun benauwdheid zullen zij Mij ernstig zoeken.” (Hos. 5:15) Hij is teruggegaan naar de rechterhand van de Vader en daar is Hij een plaats aan het bereiden voor Zijn verlosten. Op een dag keert Hij terug, en Zijn komst betekent de opname van Zijn gemeente en onze verschijning voor de Vader in volheid der vreugde.

Dit is één aspect, het andere aspect is dit: Hij komt terug naar deze arme wereld en Hij zal in gerechtigheid regeren voor duizend prachtige jaren, en dan zal de profetie vervuld worden: “Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen. Oorlog voeren zullen zij niet meer leren.” (Micha 4:3). Oh, hoe hard heeft de wereld Christus nodig, die is “De zalige en alleen machtige Heere, de Koning der koningen en Heere der heren!” (1 Tim. 6:15)

DE VERWACHTING VAN HEEL DE SCHEPPING

Dat is waar de apostel het over heeft, vooral in het achtste hoofdstuk van het boek Romeinen, wanneer hij zegt: “Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God.” En vanuit de context weten we dat deze verwachting wordt gedeeld door heel de schepping, want dit openbaar worden houdt ook een zegen in voor de schepping. En wanneer zullen de zonen van God openbaar worden? De zonen van God zijn nu al in de wereld, maar ze zijn nog niet openbaar geworden. Ze zijn in de wereld, maar de wereld kent hen niet, net zoals ze Hem niet gekend heeft; maar we lezen dat wanneer Hij geopenbaard wordt, wij ook geopenbaard zullen worden. Wanneer Hij heerst zullen wij in heerlijkheid met Hem verschijnen! Dat zal de tijd zijn wanneer de zegen voor de aarde komt, wanneer de schepping bevrijd wordt van de slavernij aan de vloek.

Kijk naar het evangelie naar Johannes, hoofdstuk 14, het gedeelte dat we allemaal liefhebben, en dat volgens mij zo goed past bij iedere christelijke begrafenis. Ik kan mij niet herinneren ooit gevraagd te worden om een paar woorden te spreken bij de begrafenis van een heilige van God, zonder dat ik de drang voelde deze woorden voor te lezen: “U gelooft in God, geloof ook in Mij.” (Joh. 14:1) Christus zegt hier eigenlijk: “Ik ga weg van jullie, dus jullie zullen mij niet meer zien; maar jullie geloven in God de Vader, zelfs al zien jullie Hem niet. Nu wil Ik dat jullie in Mij geloven, God de Zoon, wanneer jullie mij niet kunnen zien.” En dus is Hij teruggegaan naar de Vader. Wij kunnen Hem niet zien, maar we houden van Hem, en we dienen Hem van harte; en we wachten op Zijn wederkomst.

“In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen,” (Joh. 14:2) veel rustplaatsen, veel plaatsen om intrek te nemen. Dit is hetzelfde woord dat iets verder in het hoofdstuk vertaald wordt door ‘intrek’: “en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen.” (Joh. 14:23) Dus zegt Hij: “In het huis van Mijn vader zijn veel plaatsen om intrek te nemen, om te rusten.” Veel van Gods geliefde kinderen kennen hier maar weinig rust, maar ze zullen rusten in de aanwezigheid van God en Zijn Zoon wanneer ze hun verheerlijkt lichaam zullen aantrekken.

“Als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben.” (Joh. 14:2) Er zijn zovele zaken die een heilige van God verlangt, die misschien niet gebaseerd zijn op wat de Schrift echt zegt, maar Hij zegt: “Als dit geen vaststaand feit was, als deze hoop, deze verwachting niet op de waarheid berustte, zou Ik het jullie niet gezegd hebben. Ik zou niet willen dat jullie misleid worden; Ik zou niet willen dat jullie bedrogen worden.” Wanneer we ernaar uitkijken in Zijn aanwezigheid te rusten, wanneer we aan de hemel denken als het huis van de Vader, dan is het niet enkel een mooie droom, het is geen loutere fantasie. Het is een gezegende, dierbare waarheid, waarvoor de Heere Jezus Zelf borg voor staat. Hij kwam van de Vader en ging op het kruis voor onze verlossing. Hij is teruggegaan naar de Vader om een plaats voor ons te bereiden.

DE VERWACHTING OM NAAR HUIS TE GAAN

Ik denk graag aan de hemel als een thuis. Sommigen van ons hebben hier op aarde nooit een echte thuis gekend. Er wordt gezegd van degene die dat allermooiste lied over thuis geschreven heeft, een zwerver was tijdens zijn leven. Ik heb het natuurlijk over John Howard Payne, die “Home, Sweet Home” schreef. Sommigen van ons hebben niet veel genoten van de geneugten van een thuis hier op aarde, maar wat een thuis is Hij daarboven aan het bereiden voor ons!

Na de dood gaat de gelovige naar huis, maar dat is niet het laatste, dat is niet de volheid van de verwachting, want de Heere Jezus zegt: “En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben.” (Joh. 14:3) Beste Christen, maak je deze waarheid zo vroeg mogelijk in je christenleven eigen. De Heere Jezus zegt: “Ik kom terug.” Hoe kan iemand dan beweren, in het licht van zo een belofte, dat hij niet gelooft in de tweede komst van Christus? Het is onvoorstelbaar hoe mensen deze woorden verdraaien om ze alles te laten zeggen, behalve wat ze echt zeggen.

VERKEERDE VISIES OP ONZE VERWACHTING

Sommigen zeggen ons dat Hij gewoon bedoelde dat Hij zou terugkomen naar individuele zielen, wanneer ze tot bekering komen, om in hun harten te wonen. Dat is niet waar Hij het over heeft. Hij zegt: “En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben.” (Joh. 14:3) Anderen denken dat, wanneer de Heere deze woorden uitspreekt, Hij verwees naar de komst van de Heilige Geest op Pinksteren, dat de Heilige Geest, Jezus’ andere Ik, neerdaalde om deze belofte na te komen. Maar ik denk dat wanneer mensen zo denken, ze vergeten dat de meerderheid van de beloften van de tweede komst in het Nieuwe Testament gegeven werden na de komst van de Heilige Geest op Pinksteren. Het is nadat de Heilige Geest de woorden van de Heere vervulde en kwam als de Trooster, dat Hij de harten van de heiligen ertoe bewoog te roepen: “Ja, kom, Heere Jezus!” (Op. 22:20) en met een gretig en blij verlangen uit te zien naar Zijn persoonlijke wederkomst.

Sommigen zeggen dan weer: “Het betekent gewoon dat Hij komt wanneer we sterven. Wanneer de gelovige sterft, zal de Heere daar zijn om hem naar zijn thuis in de hemel te brengen.” Maar wanneer het waar is, dat engelen gevangen zielen naar de hemel brengen, zoals ze dat ook deden voor de kruisiging, dan is dat iets heel anders dan de persoonlijke wederkomst van Christus. De arme Lazarus stierf en werd door de engelen in Abrahams schoot gebracht, en ik veronderstel dat ook vandaag de engelen heiligen in de aanwezigheid van de Heere brengen. “Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen die de zaligheid zullen beërven?” (Hebr. 1:14) Maar Jezus spreekt van een persoonlijke wederkomst. Dat is niet de dood; het is de verwoesting van de dood voor de gelovige.

Er zijn er die de wederkomst van de Heere verwarren met het laatste oordeel voor alle ongelovigen. Hier zien we niets over dit oordeel. “En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben.” (Joh. 14:3) Hier vinden we niets terug over een oordeel voor de verlorenen. Het is de bruidegom die terugkomt voor Zijn bruid en haar meeneemt naar het huis van de Vader om in de rust en de heerlijkheid te delen van die gezegende plaats. De manier waarop dit gebeurt is beschreven in het vierde hoofdstuk van de eerste brief aan de Thessalonicenzen, een gedeelte dat we goed kennen, tenzij voor hen voor wie deze zaken allemaal nieuw en vreemd zijn. Vanaf vers 13 lezen we:

“Maar ik wil niet, broeders, dat u onwetend bent ten aanzien van hen die ontslapen zijn, opdat u niet bedroefd bent zoals ook de anderen, die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem. Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan. Want de Heere Zelf (zie hoe persoonlijk dit is!) zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan.” (1 Thess. 4:13-16)

Zie het contrast tussen de wederkomst van de Heere en de dood. De dood is niet de wederkomst van de Verlosser, maar wanneer de Verlosser terugkomt, wordt de dood verwoest voor de gelovige.

“En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht.” (1 Thess. 4:16-17)

DE TWEE GROEPEN VAN GELOVIGEN

Er zijn twee groepen van gelovigen die deel zullen hebben aan die heerlijke wederkomst van de Heere. Zij die ingeslapen zijn, dat zijn de heiligen die gestorven zijn. De lichamen van velen van hen zijn teruggekeerd naar het stof waar ze vandaan kwamen, maar zij zullen opgewekt worden en hun lichamen zullen weer verhuurd worden aan de ziel en de geest van de gelovigen. Maar dan is er nog een andere groep, de gelovigen die nog in leven zijn op deze wereld wanneer Christus terugkeert.

“Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.” (1 Thess. 4:17)

Zou het geen geweldig iets zijn, dat wij, Christenen die vandaag leven, mochten behoren tot deze groep! Als de Verlosser zou terugkeren, voordat de dood onze lichamen vordert, en wij samen met de opgewekte heiligen werden opgenomen in de wolken om de Heere in de lucht te ontmoeten! Natuurlijk zullen onze lichamen een drastische verandering moeten ondergaan om dit mogelijk te maken, maar in Filippenzen 3 lezen we van deze verandering:

“Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus, Die ons vernederd lichaam veranderen zal.” (Fil. 3:20-21)

Dit lichaam wordt een vernederd lichaam genoemd. Hoe vaak wordt je niet vernederd in je lichaam? Het kan zo zwaar op onze geest wegen. Wanneer de redder komt zal hij dit vernederd lichaam veranderen.

“Zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen.” (Fil. 3:21)

We lezen hier meer details over in 1 Korintiërs 15, vanaf vers 51. Daar zegt de apostel:

“Zie, ik vertel u een geheimenis (Ik vertel u een geheim, iets waar niemand van wist, tot het geopenbaard was): Wij zullen wel niet allen ontslapen (d.w.z. wij zullen niet allemaal sterven), maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin (de bazuin die het eind van de bedeling van de genade aankondigt). Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden (dat zijn de doden, de dode, vergankelijke lichamen zullen opgewekt worden in onvergankelijkheid) en dit sterfelijke (dat zijn de levenden) moet zich met onsterfelijkheid bekleden.” (1 Kor. 15:51-53)

Zij die nu in sterfelijke lichamen leven zullen plots onsterfelijke lichamen ontvangen wanneer Jezus terugkomt, en in die lichamen zullen we voor eeuwig leven.

“En wanneer dit vergankelijke zich met onvergankelijkheid bekleed zal hebben, en dit sterfelijke zich met onsterfelijkheid bekleed zal hebben, dan zal het woord geschieden dat geschreven staat: De dood is verslonden tot overwinning.” (1 Kor. 15:54)

Geen wonder dat de apostel in overwinning kan juichen:

“Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning?” (1 Kor. 15:55)

Hij zegt:

“De prikkel nu van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet. Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus.” (1 Kor. 15:56-57)

DIT IS ONZE HOOP

Dit dan, is onze verwachting; dit is onze hoop! En de Heere wil dat we dag aan dag leven, uitkijkende naar de mogelijke vervulling van de belofte van Zijn wederkomst. Wanneer je in de ochtend opstaat, ontwikkel dan de houding van de ziel die je ertoe brengt te zeggen: “Christus kan vandaag komen; en als Hij vandaag terugkomt, wil ik dat Hij me vindt terwijl ik wandel in gehoorzaamheid aan Zijn heilige Woord.” En wanneer je in de avond gaat slapen, zeg dan: “Christus Jezus kan vannacht komen, en ik kan in perfecte vrede rusten, wetende dat wanneer Hij komt, ik zal opgenomen worden, Hem tegemoet.”

Vertaald door Lokje