Het vraagstuk van gebedsgenezing – aanvulling 1

Is goddelijke genezing voor vandaag?

Genezingssamenkomsten zullen altijd de kop opsteken omdat er op dit terrein veel onkunde is onder christenen. Vooral dan in Pinkster- en Charismatische kringen. In Leuven is er zelfs een “genezingsschool” opgericht. Apostel Paulus schreef aan Timotheüs dat hij het Woord der waarheid recht moet snijden. 2Tim.2:15. En dit wordt vaak met de voeten getreden. Dit maakt dat men de wonderen en genezingen in de Bijbel ziet als iets dat voor deze tijd beloofd of bedoeld is. We willen daarom nog dieper op dit thema ingaan.

In het voorgaande artikel werd gesteld dat de vele profetieën in het Oude Testament vertelden hoe de Messias van Israël te herkennen was als Hij kwam, en daar hoorde genezing bij (zie o.a. Jesaja 29:18+19 (herkent u het? – en dan is het geweldig om dit Schriftgedeelte dieper te onderzoeken!)), en Jesaja 35: 5+6 (profetie over 2de komst van Christus). Dat was voldoende voor Johannes, die in een kerker zat, de dood voor ogen zag en was beginnen twijfelen aan de ware identiteit van Jezus. Jezus was de Zoon van God, dat liet Hij zien door wat Hij deed, maar dat betekende niet dat Hij alle problemen van zijn volgelingen hier en nu oploste. Het is daarom heel kort door de bocht om deze verzen te gebruiken om aan te tonen dat Jezus toen en ook nu nog altijd geneest. Daar gaat het dus hier helemaal niet om. Het gaat om iets heel anders: Jezus genas om te bewijzen Wie Hij was. En zelfs heel die menigte genezen mensen is Hem niet blijven volgen, zie maar naar wat er gebeurde met de tien melaatsen (Lucas 17: 11-19).

De genezingen in het Nieuwe Testament

Het is belangrijk om te benadrukken dat de Here Jezus met een zeer concrete opdracht was gezonden, namelijk om te behouden (of redden). (Joh.12:47) Hij kwam om het eeuwige heil of de zaligheid te brengen voor heel de mensheid. Maar dit goddelijke plan loopt via Israël. Jezus zei tegen haar: Vrouw, geloof Mij, de tijd komt dat u niet op deze berg, en ook niet in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. U aanbidt wat u niet weet; wij aanbidden wat wij weten, want de zaligheid is uit de Joden. Joh.4:22
Daarom moest Hij Zich eerst aan Israël als de Messias presenteren door middel van de tekenen die in de Bijbel of beter Tenach voorzegd waren om hen het Koninkrijk aan te bieden.
De wonderen die Hij deed waren al lang tevoren voorzegd zoals we boven al zagen. De tekst uit Matt.11:4,5 toont juist aan dat de bediening van de Heer Jezus een was die al lang tevoren voorzegd was. Ook is belangrijk om hierbij op te merken dat,
ten eerste, de werken (of wonderen) die Hij deed in volkomen overeenstemming zijn met Gods woord.
Ten tweede dat ze dienden opdat men Hem zouden herkennen als de beloofde Messias, vandaar die antwoord die Hij gaf aan de discipelen van Johannes.
Ten derde, Hij kwam om het Koninkrijk, het heil dat aan het volk Israël belooft was, Jesaja 61, aan te bieden. De Here Jezus kwam voor het volk Israël. Zijn bediening was op hen gericht. Vandaar dat Hij de Kananese vrouw die om genezing van haar dochtertje vroeg geen antwoord gaf en ten laatste antwoorde met “Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls.” En als zij toch blijft aandringen haar antwoordde met; “Het is niet goed het brood der kinderen te nemen en het de honden voor te werpen.” Matt. 15:22-28.
Dit alles leert ons de genezingen die de Here Jezus deed in de juiste context te plaatsen. Deze wonderen en tekenen waren slechts een voorproef van hetgeen komen gaat, namelijk het duizendjarige rijk, de wederoprichting aller dingen (Hand.3:21) dat uiteindelijk aan Israël is beloofd namelijk het Koninkrijk der hemelen. Jes.35: 2-6: “Ze zullen zien de heerlijkheid van de HEERE, de glorie van onze God. Versterk de slappe handen, verstevig de wankele knieën; zeg tegen onbedachtzamen van hart: Wees sterk, wees niet bevreesd! Zie, uw God! De wraak zal komen, de vergelding van God; Híj zal komen en u verlossen. Dan zullen de ogen van de blinden worden opengedaan, de oren van de doven zullen worden geopend. Dan zal de kreupele springen als een hert, de tong van de stomme zal juichen. Want in de woestijn zullen wateren zich een weg banen en beken in de wildernis”.

De Here Jezus is zeker dezelfde die Hij was gisteren ook vandaag en zal dat ook morgen en tot in alle eeuwigheden zijn, maar we moeten juist uit de Bijbel concluderen dat Hij niet altijd hetzelfde doet. God heeft zo Zijn eigen planning. Hij heeft gekozen om Zijn Zoon te zenden voor heel de wereld, maar het gaat volgens een bepaalde volgorde namelijk eerst de Jood en dan de Griek (de rest van de volkeren). De genezingen waren beloofd aan Israël (“Hij zei: Als u aandachtig luistert naar de stem van de HEERE, uw God, en doet wat juist is in Zijn ogen, als u Zijn geboden gehoorzaamt en al Zijn verordeningen in acht neemt, dan zal Ik geen enkele van de ziekten over u brengen die Ik over Egypte gebracht heb, want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester”. Exodus 15:26) en niet aan de Grieken (de heidenen, dus niet aan ons). En dan nog moeten we opmerken dat Hij niet iedereen genas. In Joh.5 komt de Here Jezus bij het bad van Bethesda (huis van barmhartigheid), zoiets als ons ziekenhuis tegenwoordig, en er waren daar een menigte zieken. En we lezen dat de Here Jezus één man geneest. Waarom niet allen in een keer? Waarom niet het hele ziekenhuis in een keer? Ook kunnen we ons afvragen waarom God alleen van tijd tot tijd een engel stuurde? We blijven dus met deze vragen zitten. Gods wegen en gedachten zijn hoger dan de onze.
Ook is het goed te bedenken dat alle mensen die door de Heer Jezus Christus genezen werden, later toch gestorven zijn, ja ook zij die uit de doden opgewekt werden. Dit laat ons zien dat de gehele schepping onderworpen is aan de vergankelijkheid. Het wachten is op de dag dat de Here God ons hiervan zal verlossen. Door Zijn lijden en sterven heeft de Heer Jezus de verzoening voor ons bewerkt en heeft ons verlost. Maar de verlossing gaat in etappes. Eerst ziel en geest en bij de opstanding ook ons lichaam. Lichamelijke genezing is niet in de verzoening besloten. “Want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren”
Dit is een realiteit dat vele genezingspredikers hebben moeten ondergaan want ook zij die grote genezingssamenkomsten organiseerden zijn ziek geworden en gestorven.
Ook de dwaalleer van de zogenaamde “volmacht” speelt een belangrijke rol. Hierbij leert men dat de Here Jezus aan elke christen volmacht heeft gegeven om te genezen en duivelen uit te werpen. Men verwijst dan naar Marcus 16: ”Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden”.
Men maakt echter niet het onderscheid dat deze woorden slaan op Zijn discipelen die Hij tijdens Zijn leven de opdracht gaf om deze dingen te doen onder Zijn autoriteit als verlengstuk van Zijn bediening aan Israël. Ook zien we hoe deze dingen in vervulling gaan in het leven van de apostelen. Het boek Handelingen laat dit zien omdat het daar nog altijd ging om het aanbieden van het Koninkrijk aan Israël. Als de apostel Petrus door de straten ging werden de zieken langs de weg gelegd en alleen zijn schaduw viel op hen en ze genazen. Hand.5:15 (Wat een schril contrast met de zogenaamde “genezingen” in deze dagen) Maar daarna zien we deze dingen wegebben omdat de tijd van het aanbieden van het Koninkrijk aan Israël voorbij was. En de Here zeide tegen Paulus, gaat naar de heidenen zij zullen luisteren. Gods plan met Israël is niet afgelopen, maar enkel in de koelkast gestopt. Israël is niet afgewezen. Het is Gods volk en God gaat daarmee verder op Zijn gekozen moment. Maar nu is het de beurt aan de gemeente, de gelovigen uit de heidenen. En daarvan zegt de Bijbel “ de rechtvaardige zal uit geloof leven. Rom.1:17

Het uitgestelde koninkrijk

Het Koninkrijk was inderdaad nabij, maar het volk Israël zei van Jezus Christus, “Wij willen niet dat deze koning over ons wordt.“(Lucas 19:11-14). Zeker gaf God hun weer een kans nadat zij Christus gekruisigd hadden. De apostelen, vervuld met de Heilige Geest, riepen hen op tot bekering zodat hun zonden vergeven zouden worden en God den Christus weer tot hen zou zenden om al de profetische beloften voor Israel waar te maken. Zie Handelingen 3:19-26.

Deze aanbieding van het koninkrijk werd echter door het volk Israel niet aangenomen.
De geestelijke leiders mishandelden de apostelen. De crisis van dit ongeloof wordt bereikt wanneer Stefanus in woede door de Joden wordt vermoord. Van deze tijd aan vindt er een belangrijke verandering plaats. Er is geen andere aanbieding van het koninkrijk. Een grote vervolging tegen de gelovigen te Jeruzalem ontbrandt. Nu Jeruzalem ook het getuigenis van de met de Heilige Geest vervulde gelovigen afgewezen heeft moet het Koninkrijk wel werden uitgesteld. Wij vinden daarom ook dat de twaalf apostelen die Christus tot de gehele wereld uitgezonden had met het evangelie van het Koninkrijk zich nu tot de Joden beperken. Zij doen dit nadat zij zien dat God een andere apostel, Paulus, opgeroepen heeft om tot de heidenen te gaan. Deze Paulus heeft ook een nieuwe boodschap van de Here uit de hemel ontvangen. (Gal. 1:11-12 en 2: 7-9).

Als we verder door het boek Handelingen der apostelen gaan, dan merken we op dat de 12 apostelen nu geleidelijk aan op de achtergrond komen, en dat Paulus op de voorgrond komt.
Paulus gaat ook in iedere plaats waar hij predikt, in de eerste plaats tot de Joden. God werkt ook door hem met tekenen (wonderen) van een apostel. “En God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus, zodat ook zweetdoeken of gordeldoeken van zijn lichaam aan de zieken gebracht werden en kwalen van hen weken en de boze geesten uitvoeren.” (Handelingen 19: 11,12)
Wanneer Paulus in Rome komt, getuigt hij ook weer tot de Joden over de opgestane Christus.
Toen dezen ook ongelovig bleven sprak de apostel het erge oordeel over hen uit dat door de profeet Jesaja voorspeld was. Nadat dit volk zoveel tekenen en wonderen van genezing gezien had zei de Heilige Geest (voor de derde en laatste maal):
Ga naar dit volk toe en zeg: Met het gehoor zult u horen, maar beslist niet begrijpen, en ziende zult u zien, maar beslist niet opmerken,want het hart van dit volk is vet geworden en zij hebben met de oren slecht gehoord, en hun ogen hebben zij dichtgedaan, opdat zij niet op enig moment met de ogen zouden zien en met de oren horen en met het hart begrijpen, en zij zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen. Laat het u dan bekend zijn dat de zaligheid van God aan de heidenen gezonden is, en die zullen luisteren. (Hand.28:27,28)

De verwerping van Gods “teken” volk is nu te Rome afgerond en hiermee komen wij ook aan het einde van het boek der Handelingen.
Hoewel het Koninkrijk niet door kan gaan komt nu door de verwerping van Israël de verzoening tot de wereld (Rom. 11:13-15). God heeft aan Paulus zijn geheimenis voor deze bedeling bekendgemaakt. Dit houdt in dat God in dit tijdperk van genade een gemeente uit Joden en Heidenen vergadert.

Maar wat heeft dit alles te doen met genezing?

Meer dan men oppervlakkig zou veronderstellen.
Zonder het begrip van Gods handelingen met de mensen in de verschillende Tijden (bedelingen) kunnen wij geen goed inzicht krijgen in de wil van God voor ons vandaag. De aandachtige Schriftonderzoeker vindt in de bediening apostel Paulus ook een verandering ten opzichte te van het genezen van zieken.

We trekken hieruit de volgende conclusies:

  1. Paulus was niet uitgezonden onder het zelfde zendingsbevel als de l2 apostelen, maar onder een nieuwe openbaring van de Heer uit de hemel. (Galaten 1, 2 en Efeziers 3).
  2. Paulus was de apostel der heidenen en maakt aan ons als leden van het lichaam van Christus (de gemeente, de wederom geborenen in Christus) in het bijzonder Gods wil bekend voor ons in deze bedeling der genade. (Romeinen 11:13, Efeziers 3 en andere Schriftplaatsen).
  3. In geen van de brieven die Paulus schreef als apostel van de gelovigen uit de heidenen vinden wij een opdracht om zieken te genezen. Ook vinden wij geen definitieve beloften dat wij op lichamelijke genezing kunnen rekenen.
  4. Paulus had ook de tekenen van een apostel maar maakt hiervan na de sluiting van het Handelingen-tijdperk geen gebruik meer. Hij stuurt geen zweetdoek naar zijn getrouwe medewerker Timotheus samen met zijn brief, maar raadt hem aan een weinig wijn te nemen voor zijn ziekelijkheid. Later laat hij Trofinus ziek te Milete achter.

In geval van ziekte

Wat zal dan onze houding zijn in geval van ziekte? Onze houding zal in het licht staan van Gods openbaring voor het lichaam van Christus, de gemeente zoals Hij dit gaf aan de apostel Paulus.

  1. Laten wij eerst zeggen dat wij de traditionele middelen niet behoeven te laten.
    De geneeskunde is ook een genade Gods voor Zijn schepselen. Vooral in onze tijd mag hierdoor veel gebeuren voor de gezondheid van de mensen. 1 Timotheus 5:23 toont dat “middelen” door God niet versmaad worden.
  2. De Christen behoort op zijn lichaam te passen, een onverstandige levenswijze en verkeerd gebruik van voedsel of drank hebben ook een verkeerde uitwerking. Aan de andere kant zal het geloof in Christus een heilzame invloed hebben op het lichaam. Als wij blijdschap, rust en vrede met God hebben en in de liefde met onze naasten omgaan zal deze invloed van geest en ziel zeer gunstig zijn voor de gezondheid van ons lichaam. De Spreukendichter zei al: “een blij hart bevordert de genezing, maar een neerslachtige geest doet de beenderen verdorren.”
  3. Dan is ziekte een gebedszaak voor Gods kinderen. “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus”. Fil.4.
  4. Hierin is ook een taak voor de gemeente. Als leden van het ene lichaam behoren wij zorg en liefde voor elkaar te hebben, en te bidden zoals het staat in 3 Johannes 2, “… dat het u in alles wel ga en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wel gaat.” Helaas is er in de gemeente nog veel dat zo ‘n gezamenlijk gebed in de weg staat. Moge de liefde hier doorbreken!

Tenslotte, wat betreft gebedsverhoring: niemand moge beperken wat God voor de gelovige wil doen. God is vrijmachtig. Velen kunnen van Zijn wonderbaarlijk ingrijpen getuigen. Wij mogen echter de grote fout niet begaan om de ervaring van sommigen de regel voor allen te maken. Dan verlaten wij de richtlijn van de Schrift. Het is de Schrift waarin wij de juiste regel voor ons leven vinden.

Gods zegen

Stoky