De preek blijft ondergeschikt aan de eucharistie

Dit zinnetje bleef me bij toen ik een kort bericht in de krant las. Een preek moet kort zijn, geen lezing, niet te abstract, geen exegetisch hoogstandje en niet een persoonlijk getuigenis. Dit is de kern van het nieuwe handboek voor de prediking van het Vaticaan. Nu moet ik dus mijn excuus aanbieden aan al die mensen die de afgelopen 35 jaren van mij een preek hebben moeten aanhoren.

Soms was het wel een beetje een lezing, soms abstract. Ja, ik probeerde zeker exegetisch verantwoord werk af te leveren en mijn preken waren niet altijd vrij van een persoonlijk getuigenis. Toch bied ik u dit excuus niet aan. Natuurlijk zal ik wel eens te kort geschoten zijn in de prediking, het zal wel eens te lang geduurd hebben en te abstract geweest zijn, maar altijd heb ik Jezus Christus willen prediken en mocht daar zeker ook mijn persoonlijk geloof en getuigenis in leggen.
Er zat echter een andere laag in het krantenartikel, of beter in de visie van het Vaticaan. De feitelijke boodschap was: de preek blijft ondergeschikt aan de eucharistie. Zo zijn we door het Vaticaan, met een kort zinnetje, weer ver terug geworpen in de tijd, maar wordt ook duidelijk dat het verschil tussen de Rooms-katholieke kerk en veel protestanten onverlet groot blijft. De Roomse liturgie is gecentreerd rond de eucharistie en niet rond het gepredikte woord, zoals dat bij protestanten wel het geval is.

Wat gebeurt er in de eucharistie?
Er vindt een zogenaamde transsubstantiatie plaats. Dat wil zeggen, de substantie, het brood en ook de wijn veranderen tijdens de mis in het lichaam van Christus en Zijn bloed, terwijl de ‘accidenten’ zoals kleur, smaak en alcoholpercentage onveranderd blijven. In feitelijke zin wordt de Here Jezus in de mis opnieuw geofferd. Hier hebben protestanten een heel andere visie. Allereerst vindt er geen herhaling van de offerdood van onze Heer plaats, zo leren we uit Gods woord: ‘Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, Hij, Die rechtvaardig was, voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen’ (1 Petrus 3:18, HSV). En de Hebreeënschrijver leert hetzelfde: ‘zo zal ook Christus, Die eenmaal geofferd is om de zonden van velen weg te dragen’ (Hebreeën 9:28, HSV). Daarnaast heeft voor protestanten de uitdrukking ‘Dit is Mijn lichaam’ uit de avondmaal tekst niet de letterlijke betekenis. Wij eten niet het lichaam van Christus en we drinken Zijn bloed niet. Wij lezen deze boodschap in figuurlijk zin, brood en wijn staan symbool voor de rijke boodschap van het evangelie, de offerdood van de Heer en de gemeenschap die in Hem gestalte gekregen heeft.

Het Vaticaan handhaaft haar oude visie
Dat mag en geeft consistentie aan. Het zal de moderne mens wel aanspreken. De moderne mens zoekt het in beleving en daar voorziet de Roomse kerk in ruime mate in. Onlangs hoorde ik van gebeden die op briefjes geschreven mochten worden. Die briefjes zouden verbrand worden en zo zouden we onze gebeden als een reukwerk tot God opzenden. Opnieuw zien we dat de moderne mens heil zoekt in beleving.
Ondertussen zie ik nog iets anders: De Boze werkt aan eenheid, een valse weliswaar, maar één die voor mensen aanlokkelijk is. De valse wereldkerk groeit langs de kanalen van ritualisme van het geloof. Geringschatting van het gepredikte woord, prediking die ook in veel (evangelische) kerken meer en meer gereduceerd wordt tot een praatje voor de vaak.
Ik moest denken aan wat de apostel Paulus schrijft in 1 Tessalonicenzen 2: ‘En hierom danken ook wij God onophoudelijk, dat gij, toen gij het gepredikte woord Gods van ons hebt ontvangen, het hebt aangenomen niet als een woord van mensen, maar, wat het inderdaad is, als een woord van God’ (vers 13) en in Romeinen 10:14 schrijft hij: ‘Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in wie zij niet geloofd hebben? Hoe geloven in Hem, van wie zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder prediker?’ Wanneer dat geloof gekomen is vieren we daarna vol dankbaarheid de maaltijd van de Heer, totdat Hij komt. Maranatha.

Ds. Henk Schouten

(Bron: Het Zoeklicht, 2015-12 pag. 25)