Een remedie tegen afgunst

Inleiding

Beste lezer,

In heel wat gesprekken met christenen heb ik gemerkt dat men best wel moeite heeft met mensen die hun hele leven slechte dingen doen, die zich niets aantrekken van God of gebod en die toch heel gelukkig zijn, alles hebben, alles kunnen, alles mogen, dus alles wat hun hartje begeert. En dat ze met alles wegkomen…

Zo kennen we allemaal wel wat mensen, nietwaar, onder onze buren, vrienden, of familie.
Bij sommigen onder hen is het eigenlijk puur geluk, ze doen er niets speciaals voor, het valt hen allemaal als het ware in de schoot. Maar bij anderen gebeurt het anders. Ze ‘forceren’ zich toegang tot die welvaart, tot financieel gewin. Ze spelen vals, ze foefelen, ze gebruiken valse trucs, ze kijken niet op wat oneerlijkheid.
En dat steekt ons de ogen uit. Dat stoort ons. Soms zo erg dat het ons geestelijk verlamt.

Je kan toch zo gemakkelijk en ongestraft vals spelen. Op den duur gaat het toch wel over heel wat geld, zo lijkt het.
– Het scheelt een slok op de borrel als je je kapotte autoruit laat vervangen op kosten van de verzekering, of als je zelf de kosten moet dragen. Even een afspraakje met de buurman, een verklaring opmaken en ondertekenen, en klaar is kees.
– Of heb je ook zo een collega, die steeds maar roddelt en iedereen slecht maakt. Maar wel dagelijks in het kantoor van de chef staat. Zeker weten dat die collega nu net de eerstvolgende promotie inpikt?
– Heb je ook zo een familielid dat steeds naar je rekeningetjes van restaurantbezoek vraagt? Dan kan hij die invullen op zijn belastingbrief.
– Heb je ook een neef bij de politie die je vertelt waar de alcoholcontroles staan, zodat je dronken naar huis kunt rijden ? Of die jouw PV doet verdwijnen als je weer eens te snel gereden hebt?

Hoe moeten wij, als gelovigen, daar nu mee omgaan?
Want we komen die situaties en personen allemaal wel tegen, in allerhande scenario’s. En dan voelen we ons een beetje bedrogen, een beetje naïef, juist omdat we ‘geloven’ en dat geloof handen en voeten willen geven in onze levens. Dat bezorgt ons heel wat moeite, laat ons achter met heel wat vragen.

Zo kwam ik bij psalm 37 terecht.

Psalm 37

“Wees niet afgunstig, wees niet jaloers.”
In deze psalm 37 vinden we geen gebed, ook geen aanbidding.
Nee, alleen maar INSTRUCTIES!

Het is een LEERpsalm, in het Hebreeuws Maschil genoemd.
Het is een psalm van David, koning van Israël, maar ook zijn zoon Salomo, die eveneens koning van Israël werd, herhaalde de belangrijkste les uit deze psalm in Spreuken 24:1 en 19:
“Wees niet afgunstig op booswichten en begeer niet met hen te verkeren; want hun hart bedenkt onderdrukking, hun lippen spreken onheil. ” Wees niet afgunstig op de boosdoeners noch naijverig op de goddelozen; want voor de boze is er geen toekomst, de lamp der goddelozen wordt uitgeblust.”
Om een compleet beeld te krijgen, zouden we deze psalm moeten bespreken tezamen met psalm 73. Dat is een psalm geschreven door Asaf, waar hetzelfde idee naar voor komt, maar dan wel belicht vanuit geestelijk standpunt en niet zoals hier vanuit materieel standpunt (Lees hem straks zelf even door aub).

Deze psalm is een acrostichon.
Een acrostichon houdt in dat de letters van de beginwoorden samen het Hebreeuwse alfabet vormen.
Zo kan je deze psalm beter onthouden, beter in je hart opbergen (to learn by heart, étudier par coeur).

Maar er is maar één groot thema in deze psalm: “wees niet afgunstig”.
Dit thema wordt door David toegelicht door 3 accenten te leggen:
1. geen afgunst
2. een aantal goede redenen
3. een goede remedie

1.
David roept zichzelf op, en daarna ook al zijn lezers, om NIET afgunstig te zijn op de goddelozen, op boosdoeners (vers 1, 7 en 8).
2.
Dan geeft hij enkele goede redenen om niet jaloers te zijn:
Eerste reden: vers 12, 14, 21 en 32: het is een heilloze weg, een pad vol vergif en doen van kwaad.
Tweede reden: vers 2, 9, 10, 20, 35, 36 en 38: het is een tijdelijk pad, hun einde is de dood en het verderf.
Derde reden: vers 11, 16, 18, 19, 22-25, 28, 29 en 33: Gods pad is voor eeuwig, en rijk gezegend.
3.
David geeft ons een goede remedie tegen deze afgunst. We vinden deze in de verzen 3 tot 6, en 34.
Graag wil ik even blijven stilstaan bij dat derde accent: een goede remedie tegen afgunst.

De Joodse kinderen leerden deze psalm van buiten. Met de letters van het Hebreeuwse alfabet kregen ze een heleboel wijsheid mee. Want dat is wat David met deze psalm wil bekomen: werken aan onze levenshouding, aan onze attitude. Daarom bevat deze psalm heel wat theorie, maar tegelijkertijd ook heel wat praktische lessen. David gebruikt theoretische modellen om die over te zetten in handen- en voetenwerk.
Psalm 37 toont ons een lange weg, een woestijnpad, een leven lang te gaan, een pad vol vallen en opstaan.
Want laat ons toch eerlijk blijven met onszelf: het stoort ons als we het succes van de goddeloze zien, en als we tegelijkertijd horen van ziekte, honger, vervolging, kanker,… bij onze geloofsgenoten.
Toch is het de realiteit dat het kwaad ook goede mensen treft. Dat heeft alles te maken met de manier waarop God ons en de wereld in vrijheid geschapen heeft. Wie slecht doet, ontmoet vaak veel succes op zijn pad. Wie goed doet, ontmoet ook kwaad, ziekte, onrecht, kanker, dood.
In deze psalm heeft David het over slèchte mensen. Het gaat niet over hoe jaloerse kinderen hun koek verdeeld willen hebben of over hoe ze hun drinken willen afmeten om zeker evenveel te krijgen.
Nee, het gaat over ‘onrechtvaardige’ dingen doen om er beter van te worden. Over anderen tekort doen om zelf meer te hebben. Het gaat over mensen die de boel belazeren, de belastingen en de verzekeringen oplichten, die stelen, die bedriegen en bedreigen, afzetten, afpersen.
Heel vaak blijven die ongestraft. En jij, die alles correct wil doen, jij bent de sukkel, jij bent het watje. Dat maakt ons vaak zo triestig, zo moe, zo opstandig en boos.
– Dan zou je wel eens vaker het recht in eigen handen willen nemen, en die dikke BMW-jeep die zo maar even zowel over voetpad als fietspad geparkeerd staat, ja dan zou je daar wel eens even gauw een dikke kras op willen zetten. Och, dat zou deugd doen, maar -gelukkig- je bedwingt je…
– Of: ik ben het beu, ik ga het óók doen. Want iedereen doet het toch, én iedereen komt er zomaar mee weg…
Dan heb ik behoefte aan een remedie tegen deze afgunst, tegen deze boosheid, tegen deze ‘moeite’ met het succes en de welvaart van de goddelozen. En die vind ik in deze psalm.
Want die jaloersheid is een groot gevaar, die kan zo gemakkelijk grip krijgen op je leven en op je gemoed. Juist daarom is het belangrijk dat we een correcte houding aannemen, dat we een correcte verhouding met de Here hebben.

God geeft ons tips over hoe te geloven, over de correcte manier om te geloven.
Hij geeft ons tips over onze houding naar Hem toe, over onze verhouding naar Hem toe.

5 tips heb ik teruggevonden in Psalm 37.
5 manieren om te geloven, 5 keer onze verhouding naar de Heer toe belicht.

Vijf tips

1. Ga even met me mee naar vers 3.

Daar vinden we onze eerste tip.
“Vertrouw op de HERE en doe het goede, woon in het land en betracht getrouwheid.”
Dit is een eerste belangrijke tip i.v.m. onze houding naar God toe. Vertrouw op Hem. Leg je leven maar in Zijn handen. Wat een opdracht! Zo gemakkelijk neergeschreven, zo gemakkelijk voorgelezen, maar (och) zo moeilijk uit te voeren. En vanuit deze opdracht, vanuit deze verhouding, volgt dan: “en doe het goede”!!
David herhaalt dit nog even in vers 27: “Wijk van het kwade en doe het goede, dan zult gij voor altoos wonen.”
Dat kennen we toch ook vanuit het Nieuwe Testament?
Het oude afleggen, doden, het nieuwe aandoen (Kol. 3; Efez. 4).

2. Onze tweede tip vinden we in het volgende vers (4):
“Verlustig u in de HERE; dan zal Hij u geven de wensen van uw hart.”
Schep vreugde in de Here, het is geen dwang, het is een drang! Ga je blijdschap bij Hem zoeken, i.p.v. in de wereld. Deze houding wordt gevolgd door een geweldige belofte. De wensen van uw hart ontvangen… Ja, dat zal wel… Ja, zeker! Als we de Here vertrouwen en we zijn op Hem gericht, dan veranderen onze wensen. Dan wordt de wens van ons hart: God te kennen, God lief te hebben, voor God te leven, Hem te behagen en door Hem geliefd te zijn. Die wensen zal God vervullen, zonder fout!
In Psalm 91 lezen we diezelfde belofte terug (verzen 14 tot 16): “Omdat hij Mij zeer bemint, zal Ik hem bevrijden; Ik zal hem beschutten, omdat hij mijn naam kent. Roept hij Mij aan, Ik zal hem antwoorden; Ik zal in de benauwdheid bij hem zijn, Ik zal hem uitredden en tot ere brengen. Met lengte van dagen zal Ik hem verzadigen, en Ik zal hem mijn heil doen zien.” Voor wie is deze belofte ? Psalm 91:2: “Ik zeg tot de HERE: Mijn toevlucht en mijn vesting, mijn God, op wie ik vertrouw.”

3. Onze derde tip: die vinden we in vers 5:
“Wentel uw weg op de HERE en vertrouw op Hem, en Hij zal het maken”.
Leg je leven in de handen van de Heer, vertrouw op Hem! Vertrouw je hele hebben en houden aan Hem toe.
Hij zal voor je zorgen, Hij zal het voor je maken. Opnieuw een geweldige belofte die volgt op een correcte houding naar God toe, op een correcte verhouding met de Heer.
Petrus leert het ons in zijn eerste brief (1Pe. 5:7): “Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.”

4. De vierde tip vinden we in vers 7: “Wees stil voor de HERE en verbeid Hem.”
Blijf kalm en wacht op de Heer. Zwijg voor de Here en verwacht Hem.
Hoe vaak staan wij met onze klachten klaar? En daarna met ons verlanglijstje…
Wees stil, blijf kalm, hou je vertrouwen.

5. En de vijfde tip, die we ook al in vers 7 terugvonden, vinden we nogmaals in vers 34:
“Wacht op de HEERE en houd u aan Zijn weg.”
We moeten leren geduldig te wachten op de uitkomst van de Heer. Ook al duurt het soms wel even voor die uitkomst, de oplossing komt. Soms komt ze zelfs niet in dit leven…
David herhaalt dit wachten op de Heer verscheidene keren.
Psalm 27:14: “Wacht op de HEERE, wees sterk en Hij zal uw hart sterk maken; ja, wacht op de HEERE.”
Psalm 62:6: “Zeker, mijn ziel, zwijg voor God, want van Hem is mijn verwachting.”

Ook Salomo kende deze correcte houding. Spr. 20:22: “Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden, wacht op de HEERE, en Hij zal u verlossen.”

Ook Paulus komt in zijn aanbidding niet veel verder dan “loslaten en vertrouwen”:
Rom. 11:33: “O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Want: wie heeft de zin des Heren gekend? Of wie is Hem tot raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst iets gegeven, waarvoor hij vergoeding ontvangen moet? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.”

Samenvatting

Hoe houd ik de afgunst uit mijn leven?

Door een correcte verhouding tot God.

5 tips vonden we in Psalm 37 terug:

1ste tip: vertrouw op de Heer.
2de tip: verlustig u in de Heer.
3de tip: wentel uw weg op de Heer.
4de tip: wees stil voor de Heer.
5de tip: wacht op de Heer.

David besluit zelf vanaf vers 34:
“Wacht op de HERE en bewaar zijn weg, dan zal Hij u verhogen om het land te beërven, de uitroeiing van goddelozen zult gij met vreugde zien. Ik zag een goddeloze, een geweldenaar, die zich uitbreidde als een weelderige woekerplant; toen iemand voorbijging, zie, hij was niet meer, ik zocht hem, maar hij was niet te vinden. Sla de vrome gade en zie op de oprechte, want de man des vredes heeft nakroost; maar de overtreders worden tezamen verdelgd, het nakroost van de goddelozen wordt uitgeroeid. Doch het heil der rechtvaardigen is van de HERE, hun schutse ten tijde der benauwdheid; de HERE helpt hen en doet hen ontkomen, Hij doet hen ontkomen aan de goddelozen en verlost hen, want zij schuilen bij Hem.”

Dit is een geloofsgetuigenis in het karakter, de macht en de absolute geloofwaardigheid van onze Heer.
Laten we toch tot Hem onze toevlucht nemen…

Amen

Zeke