Vis noch vlees

[ het is vlees noch vis = het is niet bruikbaar, omdat het niet duidelijk is. ]

Nee, geen artikel voor een kookprogramma, daar worden we al genoeg mee geconfronteerd. Ik wil dit spreekwoord enkel maar gebruiken als illustratie voor het “christendom” dat we rondom ons zien, en waar we zelf deel van uit maken. Ik wil het hebben over die broeders en zusters die elke zondag braaf in de kerkbanken zitten, maar die je ook buiten de zondagssamenkomst kent. Je ziet ze dronken op feestjes, je ziet ze schaars gekleed op party’s, je ziet ze op het werk waar ze flirten met collega’s. Hun taal is vulgair, een vloek nooit ver weg. Hun kledij is aanstootgevend, hun gedrag is werelds. Je weet wat ik bedoel: je durft het niet te zeggen, maar je denkt het wel: zijn zij wel écht christen? Hoe kunnen ze dan zo door het leven gaan? Ze ‘zeggen’ dat ze christen zijn, maar hun wandel laat dingen zien die je bij een christen niet meer verwacht. Scheiden, abortus, avontuurtjes, geen respect voor verkeersregels, ja, ze hebben wel zo een “vissticker” op hun achterbumper kleven. Dat is eigenlijk het enige dat toont dat ze christen zijn. Want hun Bijbel lezen ze nooit, ze nemen die zelfs niet meer mee naar de zondagsdienst. Bidden voor ‘t eten, waarom zou je dat nog doen?! Ja, het leven is prettig en gemakkelijk.

En dan heb je die stijve, deftige broeders en zusters, die hun hele Bijbel van buiten kennen, alle wetten, alle geboden, en in een kramp leven dat het niet leuk meer is. Want hoewel ze alle wetten, wetjes, geboden en verboden kennen, en er voor zichzelf nog enkele extra hebben opgelegd, zijn zij niet gelukkig. Nee, want ze slagen er niet in om hun doel te bereiken, de lat ligt te hoog. Elke val, elke mislukking snijdt hen in stukken. Ze willen heel oprecht hun Heer en Heiland volgen, maar hun leven is onleefbaar, ze voelen zich schuldig bij elke mop, bij elk glas wijn.

Zo zie je dit alles aan, en kies je heel bewust om noch in het ene, noch in het andere vaarwater terecht te komen. Dus hang je daartussen, tussen hangen en wurgen. Je wilt de wereld niet achterna lopen, al doe je het op meer punten dan je wilt toegeven. Je wilt ook geen pilarenbijter zijn, want het leven is (hopelijk) toch meer dan godsdienst. Zo kijk je naar het leven, zo kijk je naar christenen, zo kijk je naar God. Maar wat je ook kiest, je voelt er je nooit goed bij.

Misschien is dit voor jou allemaal heel herkenbaar? Over dit thema wordt ook heel wat geschreven en gepredikt. Daar ben je dan in geïnteresseerd, want je wilt oplossingen, duidelijkheid. Logisch, normaal ook. Maar je merkt dat ook in deze preken de beide openingen gelaten worden: het “alles kan” want God is genadig, en het “niets mag” want God is heilig. Opnieuw: tussen hangen en wurgen. Opnieuw vis noch vlees.

Gevolg: geen prettig gevoel, een leven dat je als niet-leefbaar beleeft. Twijfel en onzekerheid zijn steeds onderliggend aanwezig. Je duwt ze wel steeds naar de uithoeken van je gedachten, maar ze buiten duwen, lukt niet. Dat is geen goede zaak.

Wat is de oorzaak van deze twijfel en onzekerheid? De verwarring en het door elkaar gebruiken van begrippen als rechtvaardiging en heiliging. Beste lezer, het is echt belangrijk om te begrijpen dat er verschil is!! Er is een verschil in voorwaarden voor discipelschap en voorwaarden voor redding. Op de vraag “wat moet een mens doen om gered te worden?” dienen we een ander antwoord te geven als op de vraag “wat moet een mens doen om een discipel van Jezus Christus te zijn?” We verdedigen hier absoluut niet de stelling dat we, eens dat we gered zijn, een leven kunnen blijven leiden dat in de zonde blijft, dat geen vermaning aanvaardt, dat geen streven naar zondeloosheid in zich draagt. Nee, want bij onze redding, de wedergeboorte, kregen we een NIEUWE natuur. Christus leeft nu in mij. God zal mij overtuigen van zonde. In mijn onbekeerde leven kon ik wel duizend keer per dag zondigen zonder moeite, zonder pijn, nu doet elke zonde pijn. God gebruikt mijn geweten om me op het juiste pad te houden. God zal me tuchtigen indien nodig om mij in de juiste sporen te houden. Ik wil zo graag een geheiligd leven leiden, maar het lukt me gewoon niet altijd. Dat is die OUDE natuur in mij. Ach, wat speelt die mij parten. De realiteit van de inwonende zonde maakt mij soms vleselijk, maakt dat ik soms de Heer en zijn Woord ongehoorzaam ben. Die worsteling vinden we ook zo duidelijk bij de apostel Paulus terug. (Rom.7:18,24)

De zekerheid van mijn heil ligt (gelukkig maar) niet in of bij mezelf. De zekerheid van mijn heil ligt niet in mijn levensstijl. De zekerheid van mijn heil ligt niet in mijn goede werken, noch in het houden van Gods wetten. De zekerheid van mijn heil ligt in God. De zekerheid van mijn heil ligt in het volbrachte werk van Zijn Zoon, de Here Jezus Christus. Het is God en God alleen die rechtvaardigt. Gods Woord spreekt daar in overvloed over. Ik heb daar niets aan toe te voegen. Wat zou ik er trouwens aan toevoegen?

We worden om niet gerechtvaardigd in Zijn Zoon, die onze zonden op Golgotha droeg. Verbazingwekkende genade, te groot voor woorden! Geloof je dat? Dan ben je voor eeuwig gered. Omdat God niet kan liegen en omdat Jezus Christus eeuwig trouw is, zal ik in vreugde en vol vertrouwen steunen en rusten op deze reddingsbeloften: Matteus 11:28; Johannes 1:12; 3:16,18,36; 5:24; 6:35,37,47; 10:9; 11:25; Handelingen 10:43; 16:31; Romeinen 10:9; 10:13; 1 Johannes 5:11,12.

 

Levensheiliging als resultaat.
Besef van deze geweldige genade, respect voor deze Goddelijke liefde gaat maken dat we de Heer willen volgen en dienen, en een leven van geloof willen gaan leven. Zijn liefde dringt ons om het oude af te leggen en het nieuwe aan te doen. Zijn liefde wekt in ons de liefde voor Hem, voor Zijn Woord, op. De Heer heeft ons apart gezet, geheiligd. In dat nieuwe leven worden we opgeroepen om heilig te zijn. We worden opgeroepen daarnaar te streven. Uit liefde voor onze hemelse Vader willen we veranderen, niet uit angst voor de hel. We moeten niet trachten ons oude leven op te poetsen, dat kost zoveel energie, en leidt enkel tot frustraties. Nee, we moeten in nieuwheid des levens wandelen. Dat is bekering, elke keer opnieuw, elk kruispunt opnieuw, elke keuze opnieuw. We worden opgeroepen om ons af te zetten tegen zonde, weerstand te bieden tot bloedens toe, er tegen te vechten, onze zonde(n) te belijden als het fout ging, en weer op te staan, en verder, verder, elke keer opnieuw, verder te gaan. Wetende dat een liefhebbende Vader je ziet en steunt.

Nu ik een gelovige ben, een discipel van Jezus Christus, is het mijn verantwoordelijkheid om te groeien, op te wassen in de genade en de kennis van mijn Heer en Redder Jezus Christus. (2 Petrus 3:18) Ik zal me laten dopen, ik wil mij elke dag voeden met Gods Woord, ik zoek Hem elke dag in gebed. Ik zoek een Bijbelgetrouwe Gemeente en ben daar trouw in het bijwonen van de diensten. Ik belijd dagelijks mijn zonden. Ik getuig van mijn nieuwe leven en breng ook anderen het blijde evangelie van het verlossende en reddende werk van Christus op het kruis. Ik wil een trouwe getuige van deze Jezus zijn, door mijn leven, woord en daad.

Sta in de positie die we IN Christus verkregen hebben. Reken op Gods onbegrijpelijke genade voor zondaars, snood als wij. Leef vanuit die nieuwe positie een leven Gode ten eigendom. God roept ons in de toestand zoals we waren, zondaars. Dan gaat Hij aan de slag met ons, vrijgekochten in Jezus’ naam, zodat wij veranderen. Steeds meer en meer mogen wij beelddragers van Christus zijn. Het is echter een levenslang leerproces met vallen en opstaan. Laat ons dit smalle en moeilijke pad met volharding blijvend bewandelen. De Heer is met ons.

Hij krijgt nooit genoeg van jou. Zijn liefde en genade is overweldigend groot.

Laat ons streven om duidelijk te zijn in onze levens. Ben je een wederom geboren kind Gods? Alle wederom geboren mensen vormen samen Gods Gemeente. Niet alle belijders zijn wederom geboren. Niet alle belijders zijn ‘christen’. Maar zullen we dat oordeel maar aan God overlaten?

Gods zegen toegebeden.

Zeke


(Uit de liederenbundel van Johannes de Heer, lied 215)

Mijn Heiland heeft Zijn bloed geplengd
voor zondaars, snood als wij,
en met dat dierbaar bloed besprengd,
zijn wij van zonden vrij!

Dies juicht mijn hart en klinkt mijn lied:
“Mijn Heiland stierf voor mij.
Mijn Jezus maakt mij door Zijn bloed
van zonden rein en vrij”.

Nog heeft, o Heer, Uw kostbaar bloed
De zelfde waarde en kracht;
nog wordt er elk onrein gemoed,
tot reinheid door gebracht!

Die op U bouwt, in U gelooft,
Zijn oog zal eens U zien.
Door niets wordt hem het heil ontroofd,
dat Gij hem aan zult biên!

O, neem mijn hart, het is onrein
en was het in Uw bloed.
Was Gij dan in mij, maak mij klein,
ja, heilig mijn gemoed!