God ALLEEN!

Overdenking vanuit Psalm 62

Context: David was de tweede koning van Israël. Hij regeerde, in grootorde, van 1010 tot 970 voor Christus. Hij had een polygaam samengesteld gezin, d.w.z. meerdere vrouwen, en bij deze vrouwen heel wat kinderen. Dat gegeven bezorgde hem heel veel problemen en kopzorgen.
Davids leven kunnen we in 3 grote stukken verdelen:
1. tot aan de dood van Saul, en dat was de eerste koning van Israël;
2. als koning van Juda, gedurende 7,5 jaar;
3. als koning van Israël, gedurende 33 jaar.
David is voor mij de meest opmerkelijke figuur van het O.T. Hij was minder eerbiedwaardig dan Mozes, niet zo majestueus als Salomo, niet zo diepzinnig als Jesaja, maar hij was menselijker en veelzijdiger dan al die eerder genoemde personen, zonder aan hen afbreuk te willen doen.
David was een groot koning, een heel goed veldheer. Hij was ook zeer mooi van uiterlijk, hij stond bekend als zeer moedig, ja onversaagd. Hij was een getalenteerd en begaafd iemand, een heel goed zanger, muzikant en danser. Je kan dit allemaal te weten komen als je de volgende hoofdstukken in je bijbel leest: 1 Sam. 16 tot 31, 2 Sam., 1 Kon. 1 en 2, 1 Kron. 10 tot 29.
Lees dan nog zo ongeveer de helft van de psalmen. Dan krijg je een beetje een zicht op een man als David, een man naar Gods hart, ondanks al zijn zwakten, zijn tekorten, zijn falen, zijn menselijkheid.

Wanneer werd deze psalm geschreven?
Echt duidelijk is het bij de psalmen bijna nooit, dus we kunnen alleen maar enkele voorzichtige veronderstellingen doen. Maar als we de groep psalmen 61 t/m 72 lezen, dan denk ik te mogen veronderstellen dat we hier de periode in Davids leven mogen naastleggen die beschreven wordt in 2 Sam.
Vooral die hele woelige periode dat David wordt tegengewerkt door zijn eigen zoon Absalom en uiteindelijk toch weer maar eens op de vlucht moet. Ja, David wordt even opnieuw een vluchteling.
Want David was al eens een vluchteling geweest, ten tijde dat Saul koning was en hem afwisselend aan de boezem trok en vervolgde, ja, zelfs letterlijk naar het leven stond. Dat was voor David geen gemakkelijke periode geweest; over deze periode lezen we trouwens ook enkele prachtige psalmen van hem. Dan wordt hij koning over Juda, en zit hij ongevraagd in een slopende burgeroorlog, die eindigt in een 33-jaar-durend koningschap over geheel Israël.

Ondertussen komen er in Davids gezin heel grote problemen.
David pleegt overspel met Batseba. Eén van zijn zonen, Amnon, randt een halfzus aan (Tamar), en wordt voor die feiten enkele jaren later door Absalom vermoord. Absalom was een broer van Tamar, een halfbroer van Amnon. Voor die moord wordt Absalom door David verbannen. Later echter laat David zich door zijn generaal overhalen om Absalom terug te laten komen, wat ook gebeurt. Absalom komt in opstand, wil koning worden en zo moet David weer op de vlucht. Kunt u nog volgen?
Nu, het is in deze miserie dat David psalm 62 schrijft.
Nu heb ik wel heel veel context gegeven, maar het is tegelijkertijd ook al heel veel uitleg bij deze psalm. Nu kunnen we deze verzen en uitspraken beter begrijpen…

Ik wil met deze psalm een belangrijke les meegeven. Ik wil laten zien dat iemand alles kan ‘mee’ lijken te hebben: mooi, getalenteerd, rijk, koning, maar toch serieus in de problemen kan verzeild geraken. Dan is er slechts 1 uitweg: GOD! Tussen haakjes: dat is trouwens altijd de enige juiste uitweg… Wie een andere uitweg zoekt, die dwaalt.
Maar ook als je het allemaal niet lijkt meegekregen te hebben, als je niet te veel talenten, schoonheid of rijkdom bezit, ook als je de nodige gebreken en tekorten in je eigen leven vaststelt (handicaps noemen we dat tegenwoordig) ook dán is God de enige uitweg!
Psalm 62 leert ons in belangrijke mate hoe om te gaan met tekorten en gebreken. Daarom is dit voor mij een belangrijke psalm, een parel in Gods Woord.

Laat ons nu even naar deze psalm gaan.

We kunnen deze psalm in 5 stukjes uitéénrafelen. Dan kennen we de structuur, de opbouw.

deel 1: verzen 1 t/m 3: hier wordt de toestand van een gelovige beschreven, gericht op de geestelijke dimensie. Zo, zou je kunnen zeggen, zo begint ‘s morgens onze dag. Een nieuwe dag, Heer, hier ben ik, ik ben van U!
deel 2: verzen 4 en 5: hier ontmoeten we diezelfde man, dezelfde persoon, maar nu geconfronteerd met al zijn noden en problemen, geconfronteerd met laat me het zo maar noemen de “aardse werkelijkheid”. Bij David gaat het over de confrontatie met gewelddadige mensen, en angst en machteloosheid komen als duidelijke moties naar boven. De toestand lijkt hopeloos, uitzichtloos, toekomstloos.
deel 3: verzen 6 t/m 9: het keerpunt! In het hier en het nu van het dagelijkse leven wordt er door de schrijver een belangrijke beslissing genomen. Hier klinkt het MAAR van het geloof. Hier vinden we een verandering van denken terug. Niet meer kijken naar de ruwe, aardse realiteit, maar kijken naar God, naar de Enige die hulp kan bieden. David is hier op dit moment NIET de man, die vaststaat in ’t geloof. Hier is duidelijk iemand die worstelt, iemand met tekort, met gebrek, iemand die dreigt te zinken, te vallen, te verliezen. Deze verzen die bij een eerste oppervlakkige lezing een herhaling lijken te zijn, duiden op een duidelijke en bewuste keuze. Een bewust gekozen weg, een bewust gekozen oplossing. Daarom gebruikt David nu de GEBIEDENDE WIJS. Hij moet het zichzelf in de eerste plaats, maar ook anderen, inprenten: KEER U TOT GOD! Doe het, praat er niet over, maar doe het! David, jongen, sta niet stil bij het verraad van je vrienden, sta niet stil bij diegenen die je in je gezicht vleien en zegenen, maar je achter je rug bedriegen en verkopen. Sta stil bij God, verwacht je heil van Hem! Stort je hart maar uit bij Hem, ga bij Hem te biechten, want God kan je ten allen tijde en volledig vertrouwen. Bij Hem is de enige plaats waar je nooit zal beschaamd of geschonden worden. Want God is ons een schuilplaats. Dat wil zeggen: daar kunnen we wegkruipen voor de storm. Niet dat ineens al onze problemen gaan opgelost zijn, niet dat in één ogenblik al onze angsten en verdriet weg zijn. Nee, maar Hij is wel onze schuilplaats. Stort je hart maar uit. Hou niks achter. Vertrouw Hem volkomen.
Ik wil jullie daar een voorbeeldje van geven. Toen Samuël de Israëlieten leerde bidden te Mizpa, liet hij ze allemaal een kruik met water vullen, om die voor Gods aangezicht uit te gieten. Dat was zijn manier van aanschouwelijk onderwijs, en een prachtig voorbeeld van je hart uitstorten: er blijft geen druppel over. Zo moeten we bij God ons hart uitstorten (lezen we in 1 Sam. 7).
deel 4: verzen 10 en 11: hier verklaart David ons een belangrijk feit, nl. als je je gaat richten op de geestelijke werkelijkheid, dat vanaf dan de aardse werkelijkheid een andere waarde krijgt! Hij geeft ook een ernstige waarschuwing: zet er je hart niet op!! Vertrouw alleen maar op God!
deel 5: verzen 12 en 13: zo komt het dat we aan het einde van deze psalm een beproefd persoon terug vinden, maar wel iemand met een blikverruiming. “Ik heb het gehoord, ik heb het aan den lijve ondervonden: ALLEEN GOD!”, zegt David hier.

Mogen wij ook zelf tot deze belangrijke vaststelling komen.
Amen.

Zeke