Kies ervoor een maak-het-verschilchristen te zijn

Lezen: Daniël 1:1-21.

In deze overdenking wil ik jullie iets leren over KIEZEN, over KEUZES MAKEN. Dat is iets wat we allemaal doen, elke dag, zelfs verscheidene keren. Maar… hoe doen we dat? Hoe kies ik voor iets of tegen iets? Waarom? Wat zijn mijn beweegredenen, mijn motieven? Hoe kom ik tot mijn beslissing, tot mijn keuze?
Ik wil het zelfs helemaal toespitsen op de volgende vraag: wat voor een christen wil ik zijn?
Dat is een vraag die vooral onze kinderen bezig houdt, die 2de, ja zelfs 3degeneratie. Ja zeker, een eigen keuze maken is heel belangrijk. Weten wat je wil en waarom je dat wil.
Niet de keuze van je ouders, maar die van jezelf: wat voor een christen wil jij zijn?
Ik stel vast dat het allemaal nogal verwarrend is, … want je moet kiezen vóór Christus, maar je ziet zoveel lauwheid om je heen dat je er ongemakkelijk van wordt. Zelfs in “eigen kring” zie je zo veel verwildering en verwatering gebeuren, dat je al gauw in een hoekje wordt gedrumd. “Is dit het dan?” zo vraag je jezelf af. Ja, wat radicaliteit zou deugd doen!
Ja, jonge mensen, sorry, ik geef het toe, maar, wij – die al wat langer christen zijn – geven waarschijnlijk niet altijd het goede voorbeeld. Misschien zie je in je omgeving wel te veel “‘k-hou-‘t-maar-amper-vol-christenen”, en te weinig “ik-maak-het-verschil-christenen”. En dat zorgt dan voor de nodige twijfel en angst en moeite.
Wat voor een christen wil jij zijn? Wat een uitdaging ligt hierin!
Wij zijn het zout van deze wereld, zegt Jezus. Maar zout zal zout moeten zijn, en dus moeten werken als zout. Anders is het zinloos, nutteloos, werkeloos, en waarom dan christen zijn, waarom dan volhouden?
Een voorbeeldje: een feest, met zowel christen als niet-christenen. Een grap loopt uit de hand, en er wordt gescholden, geroepen en zelfs gevochten. En het is een niet-christen die probeert de zaak te koelen en op te lossen, van de christen geen spoor, geen goedwerkend zout. Spijtig, hee?
Een ander voorbeeld: een ander feest, bij iemand met een zwembad. ‘s Avonds, na de nodige drank springen enkelen naakt in ‘t bad, aanwezige christenen doen gewoon mee. Spijtig, hee?
Twee voorbeelden, allebei écht gebeurd!

Laten we eens in Gods Woord gaan zoeken naar voorbeelden van jongelingen die het verschil willen en durven maken, en iets van hen trachten te leren…
Ik zou met jullie de levens willen volgen van 4 jongemannen, en we vinden ze voor het eerst terug in het Bijbelse nieuws als ze nog jong zijn. Ik heb het over Beltsazar, Sadrach, Mesach en Abednego. Dit waren niet de namen, die ze van hun ouders bij hun geboorte hadden meegekregen, neen, deze namen hadden ze gekregen van de koning van Babel, Nebudkadnesar.
Het valt me in deze eerste 9 verzen op, dat we daar God al tot 2 keer toe daadwerkelijk betrokken zien: een 1ste keer in vers 2: en de Here gaf de koning van Juda in zijn macht.
De 2de keer in vers 9: God schenkt gunst en barmhartigheid aan Daniël.
Dit te lezen en te geloven, leert ons: de eerste en allerbelangrijkste keuze die we in ons leven kunnen maken, is: voor of tegen God. Het is de belangrijkste keuze omdat alle andere keuzes, die daarna volgen, door deze keuze beïnvloed worden. Deze keuze bepaalt hoe we zullen kiezen i.v.m. goed en kwaad, onze lectuur, onze muziek, onze belastingsaangifte, ons seksleven, roken, drinken, roddelen, liegen, …

Wat kunnen we leren van Daniël en zijn vrienden?

Zij hebben VOOR God gekozen!!
Dit is een keuze die niet altijd meteen opvalt, soms kan dat wel een tijdje verborgen blijven. Maar er komt toch steeds een moment dat mensen het zien, het horen, het weten: die daar, dat is een ‘christen’…
In dit verhaal komt dat moment er door het “eten”. Daniël en zijn vrienden wilden NIET eten van de spijze en drinken van de wijn, omdat die naar Babylonische gewoonte waren geofferd aan de afgoden. Het eten was zeker ook niet koosjer, niet klaargemaakt volgens de Joodse spijswetten. Daarom maken deze jonge mensen de keuze om er niet van te eten. Daar zullen ze vooraf zeker en vast met elkaar over gesproken hebben.
Wat is het resultaat van hun beslissing? God zegent ze! Hun keuze om vóór God te kiezen, bepaalt hun verdere keuzes, ook al zijn die soms niet gemakkelijk. Hier is dat de keuze om niet van de spijzen te eten.
Dat is een eerste aspect van kiezen voor God: alle volgende keuzes worden erdoor beïnvloed.

Hier leren we ook een tweede aspect over keuzes maken:
Kiezen vergt durf, kiezen is risico nemen, kiezen is vertrouwen op God.
Deze jonge mannen hadden een bevoorrechte positie op het oog. ‘Meedoen’ had hen die positie zonder meer bezorgd. Maar… weigeren te eten? Wat zou de koning hier wel van denken? En trouwens… kon dat nu echt zoveel kwaad?? Hun keuze voor God betekende het nemen van een groot risico. Achteraf bekeken lijkt het allemaal vrij simpel en gevaarloos, maar deze knapen hadden echt wel lef. Trouwens, deze durf voor God blijven ze tonen, ook later in hun levens, als ze mannen geworden zijn.
Lees voor jezelf maar eens de hoofdstukken 3 tot 6. Daar lezen we over de mannen in de brandende oven, en over Daniël in de leeuwenkuil. Daarin zien we dat Gods zegen niet altijd onmiddellijke uitredding en bescherming inhoudt.
Sadrach, Mesach en Abednego kwamen voor de keuze te staan: God gehoorzamen of mensen.
Ze kozen! Vóór God, met lef, met durf, met risico.
Daniël (Beltsazar) moest kiezen: zijn koning gehoorzamen of zijn God. Daniël kiest: vóór God, met lef, met durf, met risico. Maar ook met zegen.
Want door de durf van deze 4 mannen wordt God gekend en geëerd door een gans volk.
We leerden: kiezen voor God vraagt lef.

Een derde aspect dat opvalt, is het feit dat deze mannen voor God kozen toen ze nog jong waren, nog knapen. Deze keuze bevestigen ze met hun latere levens. Kies daarom NU. Wacht niet tot morgen. Kies NU om een “ik-maak-het-verschil-christen” te zijn. Kies vandaag nog! Op jonge leeftijd je leven op de Here wentelen, heeft vele voordelen.

Een vierde aspect i.v.m. kiezen, is dat ze kiezen voor elkaar, voor elkaars gezelschap. Ze hebben elkaar nodig, om van elkaar te leren, om ervaringen uit te wisselen, om elkaar te steunen. Ook dit is voor ons erg belangrijk. Dit aspect leert ons dat we goede, gelijkdenkende vrienden moeten kiezen, het leert ons een gemeente te kiezen, het leert ons om naar elkaar te luisteren, van elkaar te leren.
(Daniël 2:48,49: op zijn verzoek… kies voor sterke, geestelijke vrienden!)

Als vijfde aspect: onze keuzes moeten niet zomaar, lukraak, gebeuren, maar na overleg, na redeneren, na samenspraak, na gebruik van ons gezond boerenverstand, na bijbellezing en gebed. Kies bewust. Als je iets doet – of laat – weet dan waarom. Dat betekent: kennis! Wat zegt Gods Woord hier over?
Daniël 1:17: kennis door studie, door opvoeding, door God. Kies bewust vanuit je kennis van God!

Laat me dit allemaal nog eens even samenvatten:

1. We moeten kiezen: voor of tegen God. Deze keuze zal ons hele, verdere leven, en dat van zovele anderen dagelijks beïnvloeden. We moeten kiezen: wat voor een christen wil ik zijn? Een “ik-hou-‘t-maar-amper-vol-christen” of een “ik-maak-het-verschil-christen”.

Hoe kies ik?

2. Met durf, met lef, met risico, maar… vertrouwend op God.
3. Kies NU: of Voor God, zo je dat nog niet gedaan zou hebben, of voor OVERGAVE zodat je een “ik-maak-het-verschil-christen” kunt zijn.
4. Kies voor goede, sterke vrienden, kies voor een goede, sterke gemeente, zij helpen jou immers kiezen!
5. Kies bewust, dit betekent met kennis van zaken.

Met deze overdenking wil ik de jongeren uitdagen en bemoedigen. Ik wil de “ouderen in ‘t geloof” zeker niet krenken. Maar laat ons wel wezen, het is een realiteit: velen van ons zijn gestart met de bedoeling ‘t verschil te gaan maken, en vaak verflauwen we tot volhouden…

Laten we elkaar aansporen en bemoedigen om meer te doen dan vol te houden, om een maak-het-verschil-christen te willen, te durven, te zullen zijn!

Zeke